mariscaj.reismee.nl

Cityhoppen

Maandag 16 februari. Het eind van deze vakantie is bijna in zicht. Ik heb een vroege vlucht naar Yangon. Het wekkertje is om vijf uur afgegaan en om 6 uur stap ik in de taxi. Het is mistig, heel erg mistig. Binnen 10 minuten ben ik bij het kleinste vliegveld waar ik ooit ben geweest. Er landen hier zo weinig vliegtuigen dat je, na overleg, over de landingsbaan kunt wandelen. Drie mannen houden zich bezig met mijn rugtas. De douane heeft een balie in dezelfde ruimte waar ik ook mijn rugtas heb ingeleverd. Een douanebeambte die gebrekkig Engels spreekt, vraagt hoe en vanuit waar ik naar Dawei ben gekomen. Een andere douanier schrijft het allemaal keurig op een papiertje. Ik ga zitten kijken naar de, in verhouding, grote hoeveelheid medewerkers, probeer hun functie te achterhalen. Nog een klus omdat de meeste gebrek aan taken hebben. Na een half uurtje komt een medewerker in zijn beste Engels vertellen dat we vanwege de mist een half uur vertraging hebben. Een half uur vertraging wordt één uur. De vlucht naar Yangon duurt maar een uur. Hier blijf ik maar één nachtje om door te vliegen naar Bangkok. Ik schreef al eerder over het verkeer in Yangon. Dat staat voornamelijk vast. Tegen 12 uur ben ik bij mijn hotel. Ik heb mezelf weer getrakteerd op hetzelfde hotel als bij aankomst. Vandaag staat het bezoeken van een grote markt op het programma. In de hoop wat souvenirs te kunnen kopen. Ik blijk mijn huiswerk niet goed te hebben gedaan. De markt is dicht op maandag, lees ik nu op internet. Er is een alternatief. Ook erg groot en op nog geen half uur lopen. Ik wandel rond op de markt verspreid over twee grote gebouwen met meerdere etages. Ik loop langs ontzettend veel kramen met kleding, stoffen, fournituren en naaimachines. Buiten het gebouw staan ook kramen met horloges, hoesjes voor mobieltjes en veel lelijke tassen. Moedeloos van het aanbod ga ik naar het marktgebouw aan de overkant van de straat. Het drukke en nauwelijks rijdend verkeer maakt oversteken redelijk makkelijk. Ik moet wel opletten. Het zijn 6 banen en scooters kunnen je verrassen. In het andere gebouw wordt plastic troep verkocht. Op de terugweg verbaas ik me over de grote hoeveelheid kramen die 2e hands moeren, schroeven en andere onderdelen die worden verkocht. Zowel in Yangon als in Mawlamyine wonen behoorlijk wat Indiërs. Ik loop door de Indiase wijk waar veel edelstenen worden verkocht. Nog steeds vind ik Yangon een smerige stad. Er is veel smog en ik vind het er stinken. Omdat Google Maps nog niet op de hoogte is van een wegafsluiting vanwege bouwwerkzaamheden, is het even zoeken. Het is tegen vieren wanneer ik bij mijn hotel arriveer. Neem een douche en kijk heerlijk tv in bed. Kom mijn bed uit om in het restaurant waar de airco op stand vriesstand staat wat te eten en vervolgens weer snel mijn bed in te duiken. Dinsdagochtend pak ik mijn tas in. De verantwoorde teva-teenslippers blijken een miskoop en belanden in de prullenbak. Ik vlieg vroeg naar Bangkok en verheug me op het Thaise eten. Toch mijn favoriet. Ook ben ik blij dat ik weer een korte broek en blotere topjes aan kan. In Myanmar zijn ze heel preuts. Gisteren keek ik naar onder andere naar een kostuumdrama op tv en de decolletés waren geblurd. Zowel mannen als vrouwen lopen in lange rokken, de longyi. De toeristen passen hun kleding. Je ziet weinig hele korte broeken of hemdjes met spaghettibandjes. Ik ga naar een markt in de buurt. Koop wat souvenirs. Al heel lang neem ik mee voor om een fietstocht door Bangkok te doen. Het komt er steeds niet van. Tot deze reis. Woensdagochtend ga ik om 7 uur fietsen. De tuktukchauffeur die me rijdt is vrolijk en vooral happy is dat ik al meerdere keren in Thailand geweest. Het is rustig qua toeristen omdat er geen Chinezen op vakantie komen, vertelt de gezellige tuktukchauffeur. Wanneer een vrouw oversteekt die waarschijnlijk als man is geboren, kijkt hij mij ondeugend aan, lacht, quasi fluisterend, zegt hij ‘ladyboy'! Het is een grote groep waarmee ik ga fietsen. Zo'n 20 mensen, vooral Nederlanders. Het is een leuke groep. We fietsen door Chinatown. Door smalle stegen en zien hoe de verkoop van winkels en marktjes wordt opgestart. We nemen de longboat naar het landelijke gedeelte van Bangkok. Ik geniet en kijk mijn ogen uit. Met de longboat varen we door kanalen waar leguanen aan de kant liggen te zonnen. Aan weerszijden staan woningen op palen. Variërend van houten bouwvallige huisje tot mooie stenen woningen met mooie bloemen in nog mooiere potten. Dan varen we de Menam, een grote rivier met veel het vrachtverkeer, longboats, watertaxi’s en andere bootjes. Na vijf uurtjes zit de tour erop. Voor de resterende uren heb ik een strak schema. Eten, een paar uurtjes slapen, weer eten, douchen en tas inpakken. Om half elf ’s avonds word ik opgehaald door de taxi. Mijn vlucht is om 2 uur in de ochtend. Ik slaap het grootste gedeelte van de eerste vlucht. Ben positief verrast door het ontbijt. In Abu Dhabi moet ik 3,5 uur op mijn aansluitende vlucht wachten. Op weg naar Amsterdam kijk ik naar films en ontbijt met lamscurry en rijst. Mijn moeder haalt me op. Ik ben blij om haar te zien. Moet wennen aan de haast die wij hier hebben en mis de glimlachen. Vierentwintig uur na vertrek uit Bangkok ben ik weer in mijn eigen huis. Wat heb ik weer genoten. Van het niets en van alles doen, mooie landschappen en plekken en al die bijzondere mensen die ik ben tegengekomen. Bedankt voor het meereizen, jullie leuke en lieve reacties en appjes.

Liefs, Marisca


Dawei en stranden

Vrijdag 14 februari verlaat ik Ye. Ik heb de luxe dat de bus mij komt ophalen. De bus vanuit Mawlamyine stopt bij het ressort om mij op te halen. Om hoe laat precies is niet duidelijk. Ergens tussen 9.00 en 9.30 uur. Ik klets met de stiefdochter van David, Emma. Ze is 11 jaar oud , spreekt goed Engels, is schattig en bijdehand. Bij het ontbijt neemt zij de bestelling op die ze vertaalt voor het keukenpersoneel die ze haar zussen noemt. Ze zijn niet mijn echte zussen hoor, verduidelijkt ze. Om kwart over negen hoor ik getoeter. De bus! Ik ga naast twee vriendelijke vrouwen zitten. Ze spreken beide redelijk Engels. Om vier uur zijn ze opgestaan voor hun reis naar Dawei. Ze hebben beide veel mandjes bij zich waar je de vrouwen hier boodschappen mee ziet doen. Het liefst neem ik heel veel mandjes mee terug naar huis. De rugtas staat het alleen niet toe. In Ye stappen veel mensen uit en staan er ook mensen te wachten om in te stappen. Ook het ouder Duits echtpaar die ik sinds Kinpun tegen kom. De vrouw spreekt geen Engels. Haar echtgenoot wel. Hij houdt wel van kletspraatjes en is bij mij aan het goede adres. Ze reizen al jaren in zuidoost Azië. Hij wil nog graag naar zuid en midden Amerika. Net als ik is hij meerdere keren met een Spaanse cursus gestart maar op een of andere manier belanden ze altijd in Azië. Ik vertel dat ik het plan had om dit jaar naar Nicaragua of Guatemala te gaan maar dat de onrustige situatie in Nicaragua en de dure vliegtickets naar Guatemala hebben mij weer hier doen belanden. We stoppen bij een soort grenspost. In de bus zit nog een stel uit Tsjechië. De toeristen moeten hun paspoorten laten zien. Er is speciale aandacht voor mijn paspoort en er worden zelfs foto's van genomen. Na de inspectie mogen we doorrijden. Tegen 2 uur stopt de bus. We zijn in Dawei. Op de motortaxi ga ik naar mijn hotel. Ik heb trek (wanneer eigenlijk niet).Van het opnieuw erg vriendelijke personeel krijg ik de tip om dichtbij iets in in één van de koloniale huizen iets te gaan eten. Ze hebben er ook een reisbureau die ook dagtrips naar een van de stranden aan bieden. Je hebt hier mooie stranden die niet makkelijk bereikbaar zijn. Voor sommige moet je zelfs heel veel moeite doen. Van de Duitser heb ik begrepen dat het Tsjechische stel naar een strand wil waarvoor je lang op de scooter moet zitten, door mangrovebossen moet lopen om bij het, prachtige, strand te komen. Na de lunch wandel ik door de stad die dorps aan voelt. Doe een klein dutje en ga eten bij en restaurant dat goede recensies op tripadvisor krijgt. De bestelde kip massala valt tegen. Wanneer ik terug kom in mijn hotel hangt er een mandje mandarijnen en chocolaatjes aan de deurknop. Zaterdag kan ik uitgeslapen. Het ontbijt in het hotel valt erg tegen. Ik ga hier weer naar een tempel toe, waar ik weer van geniet. Ik maak een stop voor een vroege lunch. Ik loop binnen bij een leuk klein restaurant. Waar ik wil zitten, vraagt de eigenaresse. Ze hebben ook een tuintje. Ik ga buiten zitten. Al snel vraagt ze of ik Nederlands ben. Na mijn bevestigend antwoord, praat ze Nederlands tegen me. Volgens mij kom je uit Amsterdam. De eigenaresse het Esther. Ze woont een paar maanden samen met haar Myanmarese man en hun 2 schattige dochters in Dawei en 7 maanden in Den Bosch. Sinds een paar maanden hebben ze dit restaurant. Samen met een partner zijn ze eerder een restaurant begonnen. Daar zijn ze voortijdig mee gestopt nadat ze door hem zijn opgelicht. Esther heeft net kaneelbollen gebakken. Ik bestel er één en drink er een blauwe ijsthee bij. Ik praat met haar kinderen. De gesprekjes met haar jongste dochter, 3 jaar, zijn kort. Die zegt op alles nee! De oudste van 7 jaar oud is een talenwonder. Ze spreekt 4 talen. Esther komt gezellig bij me zitten. Ik vraag haar advies naar welk strand ik het beste kan gaan. Op de kaart laat ze mij wat opties zijn. Zij kennen een aantal taxichauffeurs die me voor een goede prijs daar naar toe kunnen brengen. Op advies van haar man ga ik met een motortaxi. Ik geef Esther mijn telefoonnummer zodat ze mij nog kan appen om afspraken te bevestigen. Ik wil nog naar de markt en ze legt uit dat er verschillende markten door de stad zijn verspreid. Eet nog bruin brood dat Esther zelf bakt met een lekkere tonijnsalade. Esther gaat alleen een weekje naar Thailand en nodigt me uit voor haar afscheidsfeestje morgenavond. Met een volle buik en veel informatie ga ik op stap. Eerst naar de grote overdekte markt. Na een korte siësta naar kleinere markten aan de rivier. Het is weer tijd om te eten. Een beetje moe van rijst en noedels ga ik naar een westers restaurant gerund door een Frans echtpaar. Ik eet een hamburger met zelfgemaakte ketchup van groene tomaten. Een oudere Duitse hippie met dreadlocks in de paar haren die hij nog op zijn hoofd heeft, schuift aan. Hij logeerde ook in het ressort bij David. Hij reist al 30 jaar in Azië. Hij woont bij zijn ouders en werkt en paar maanden per jaar als verpleegkundige. De rest van het jaar reist hij. Vrijdag word ik opgehaald door Ko Mak. Die spreekt geen woord Engels. We rijden naar het restaurant van Esther. Daar vraagt hij nogmaals wat het programma is. Ik ga eerst naar San Maria beach. Een heel rustig strand één restaurant. Ik kan daar een paar uur chillen en eventueel kanoën. Dat laatste laat ik uit mijn hoofd. Ik heb eerder gekanoed en kan er niets van. Voordat je het weet, dobber ik ergens in open ze rond. Ko Mak zal mij daarna naar Muang Magan beach rijden. Dat strand is dat minder mooi is maar er zijn strandtenten en er komen locals in het weekend relaxen. Esther weet een leuke strandtent. Ik kan daar naar de zonsondergang kijken. Ko Mak zal me daar rond half zeven ophalen. We gaan op pad. Het is zeker een uurtje rijden. Ik zie verlaten stranden. De eerste stop is bij een tempel. Niet zo een mooie. Er is iets met het geheugen van Ko Mak… Muang Magan zegt hij. Nee San Maria beach. Hij gelooft me niet en belt met de man van Esther. Ko Mak moet vervolgens de weg vragen. Na twintig minuten komen we er aan. Het restaurant wordt druk bezocht wordt door locals. Ik heb trek. Er is een buffet. Eet een pittig gerecht met kousenband en kip. De aardige ober komt mij typische Myanmarees nagerecht brengen. Bruine sticky rice met kokosmelk. Ik maak een lange wandeling over een totaal verlaten strand. Ben gefascineerd door kunstwerkjes in de vloedlijn. Waarschijnlijk het versierde huisje van kleine krabbetjes. Na een paar uurtjes verlos ik Ko Mak uit zijn lijden. Hoewel hij kletsend met andere chauffeurs op mij wacht. Dan door naar Muang Magan. Ko Mak laat zien waar ik ‘Freedom' de door Esther geadviseerde strandtent kan vinden. Het strand is niet zo mooi als San Maria beach. Er ligt best wel wat aangespoeld plastic en geen schouwspel van locals die van de zondag genieten. Ik loop naar Freedom. Een oudere man met krulsnor zegt vriendelijk gedag. Er zit nog een jongere man. De sfeer bevalt me niet. Ga op een bankje in de zon zitten en schrijf aan één van mijn vorige verhalen. Ondertussen ben ik een luistervink. De krulsnor en de jongere man wisselen verhalen uit waar ze in Azië zijn geweest en lijken elkaar af te troeven. Twee jonge Italianen voegen zich bij het gezelschap. Ze hebben net 24 uur gereisd vanuit Thailand. De krulsnor vertelt van alles over slangen. De eigenaren van het restaurant waar ik gisteravond heb gegeten, komen binnen lopen en begroeten de aanwezigen. Ze zijn vrij vandaag roepen ze luid. Ze genieten er overduidelijk van. De vrouw is al aardig dronken en gaat in een hangmat heel hard schommelen. Nogal hysterisch kondigt ze aan dat ze misschien wel gaat overgeven. Biertjes worden besteld. Ik irriteer me mateloos en besluit de zonsondergang, over ruim 2 uur, niet af te wachten. Ik app Esther dat Ko Mak me niet meer hoeft op te halen en regel een motortaxi, de jongen achter de bar, die mij terug naar Dawei rijdt. Omdat Esther mijn bericht nog niet heeft gelezen loop ik naar hun restaurant. Ze zijn gesloten en gaan om 5 uur open. Ik besluit wat te gaan eten en dan terug te komen zodat ze Ko Mak kunnen afbellen. Terwijl ik naar Monday, waar ze lekkere hamburgers schijnen te verkopen, hoor ik getoeter. Tot mijn grote opluchting is het Ko Mak. Ik vertel hoe blij ik ben dat ik hem zie zodat hij niet voor niets naar Muang Magan rijdt. Hij begrijpt er niets van. Ik geef hem zijn geld. Hij gebaart dat ik achter op kan zitten zodat hij me naar mijn hotel kan brengen. Ik gebaar dat ik ga eten. Na een dutje ga ik in het restaurant van Esther eten voor haar feestje. Het is rustig. Ik nestel mezelf in een heerlijke stoel bestel een pizza en de blauwe ijsthee. Esther vertelt dat de muzikanten, een jong stel, nog even wat eet en dan in de tuin gaan spelen. Tot mijn grote schrik komt de krulsnor binnen lopen. Of hij bij me mag komen zitten? De krulsnor heet Maarten, komt uit Duitsland en woont al jaren in Azië. Hij begint eindeloos te vertellen over gifslangen. De reden voor zijn verblijf hier. Helemaal duidelijk wordt het me niet. Hij doet geen onderzoek naar soorten gifslangen. Hij weet dat veel mensen door gifslangen worden gebeten en niet in het ziekenhuis aankomen. Op mijn vraag of hij wil onderzoeken of ze overlijden of andere behandelmethoden hebben, antwoordt hij dat hij dat niet wil weten. Hij wil niets leren over de cultuur of behandelmethoden. Hij wil dat mensen naar hem worden verwezen zodat hij hen kan informeren. Hij is arts maar wil niet zijn westerse kennis over gifslangen opdringen?! Hij wil hier gewoon zijn en begint een heel filosofisch verhaal over hier zijn, zonder onder druk te staan van tijd en doelen. Ik krijg een Werner-visioen. Mijn pizza heb ik op en gelukkig begint de muziek in de tuin. Het jonge stel zingt lieve liedjes. Zij heeft een mooie stem. Na een paar nummers neem ik afscheid van Esther, haar man en kinderen en zwaai naar de krulsnor.

Ye

Woensdag reis ik naar Ye, een klein dorp waar toeristen sinds 2013 zijn toegestaan. Er komen heel weinig toeristen. De meeste toeristen reizen tot Hpa'an of Mawlamyine. Bij zoeken naar een hotel is het duidelijk dat het toerisme nog niet op gang is gekomen. Ik heb geen keuze. Er zijn 2 hotels beschikbaar via booking.com. Eén is volgeboekt. De ander waar ik nog een kamer kan boeken, ligt 2 kilometer van het dorp. Om half negen in de ochtend word ik opgehaald. De bus vertrekt van het busstation. Het is even zoeken waar ik een kaartje moet kopen en vooral welke bus ik moet hebben. De kaartjesverkoper loopt mee naar de bus die ik moet hebben. Mijn rugtas wordt op het dak gebonden. Het is een kleine bus. Op een rij is er plek voor 3 mensen maar er worden er 4 op gepropt. Gelukkig zijn Aziatische mensen klein en tenger. In vier uur tijd rijden we naar Ye. Vlak voor Ye stapt een vrouw in die Engels praat. Ze woont in een dorp vlakbij en geeft mij haar telefoonnummer met de vraag of ik haar dorp kom bezoeken. Op Google Maps hou ik in de gaten waar ik moet uitstappen om mezelf een taxirit terug te besparen. Het ressort ligt aan de weg. Het ziet er mooi uit. Het wordt gerund door een Amerikaan David en zijn Mon- echtgenote. Het complex ziet er mooi uit. Er wordt nog steeds flink gebouwd. David is zo lief om mij op de motor naar het dorp te rijden. Ik eet daar een heerlijke vis en wandel door het dorp. In het meer staat een paviljoen. Zowel voor kinderen als volwassen is het de plek om de vissen te voeren. Ik zie mensen met allerlei groentes naar het paviljoen lopen. Daar staan en aantal konijnen in hokken die zij ook met liefde voeren. Het dorp is erg klein en na drie uurtjes struinen, heb ik het gezien. David heeft me laten zien waar ik motortaxi kan vinden. Voor € 1,30 word ik terug gebracht. Morgen wil ik de omgeving gaan bekijken. Ik regel een motortaxi. David heeft hier Engelse les gegeven en één van zijn leerlingen zal mijn gids zijn. Reserveer meteen mijn busrit naar Dawei voor vrijdag. Overdag is het warm maar de nachten in Myanmar zijn verrassend koud. Net als in Kinpun moet ik er ’s nachts uit om een lange mouwen shirt aan te trekken. Donderdagochtend komt mijn gids mij om half negen ophalen. Hij heet Soe Thet Puy en lijkt op een Aziatische Harry Potter. Voor buitenlanders kort hij zijn naam af, STP. Onze eerste stop is banana mountain. Geen berg maar een groot tempel complex. Na ruim een half uur rijden, word ik blij. Een giga liggende boeddha doemt op in het landschap. Voordat ik naar binnen ga, wikkel ik mezelf nog in mijn lange rok. Ik vind het een prachtig complex. TSP spreekt goed Engels en geeft veel uitleg. Het complex bestaat uit een oud gedeelte. De belangrijkste monnik is hier op z'n 14e aangetreden en is nu 43 jaar. Hij heeft het weten uit te bouwen tot deze grootte en ze zijn nog bezig met uitbreiding. Om een toren zitten 4 boeddha's. We klimmen naar de top van de toren en hebben een prachtig uitzicht. STP vertelt dat hij al 2 keer monnik is geweest. Één keer op z'n 13e en vorig jaar, toen hij 20 jaar oud was. Beide keren verbleef hij 9 dagen in het klooster. Wanneer we terug naar de scooter lopen, staat er een monnik. TSP gaat stralen. Je zou denken dat hij een popster ziet. Dat is de hoogste monnik, die dit complex heeft gebouwd. Ik wilde nog een sigaretje roken maar dat is geen goed idee in bijzijn van deze monnik. TSP wil zijn respect aan de monnik tonen. Van een afstand kijk ik toe hoe hij op grond knielt en voor de monnik gaat liggen. Hij maakt een kort praatje met hem. Kennelijk vraagt de monnik waar ik vandaan kom. Ik knik vriendelijk naar de monnik. Een non komt naar ons toe en vraagt of we mee willen lunchen. TSP is wat afwijzend. De non nodigt ons uit om bij haar te zitten. We krijgen een bakje oudbakken nootjes. Het is wat ongemakkelijk omdat de non geen Engels spreekt. TSP vertaalt maar heel gezellig wordt het niet. Met de oppermonnik uit het zicht verdwenen, rook ik een sigaret. Dan gaan we door. School village is de volgende stop. Een dorp waar zowel Mon’s als Kayan’s wonen. TSP vraagt of het oké is dat een paar vrienden ook naar het dorp komen. Ik vind het prima. We ontmoeten ze bij een benzinestation. Het zijn Jay, een Canadese man van mijn leeftijd en Rosy, een jong Myanmarees meisje. Het is een aardige rit. TSP vertelt over de betelnoten die hier worden verbouwd. Myanmarnezen, vooral ouderen, kauwen graag op de noten. Ze worden dun gesneden, gemengd met kalk en tabak en gewikkeld in een blad. Het geeft euforisch gevoel maar tast het gebit aan. TSP vertelt dat de jongere generatie nauwelijks nog op betelnoten kauwt. Ik wil geen rode afgebrokkelde tanden, zegt hij lachend. We komen aan in het dorp. Het is een beetje een teleurstelling. Het is een gewoon dorp. We gaan eerst lunchen en zitten gezellig te kletsen. Jay woont al langere tijd in Azië. In Thailand heeft hij een tijd een eigen restaurant gehad. Die heeft hij verkocht en hij bekijkt of hij zich nu in Myanmar kan settelen. Hij is een vriend van David die hij in Thailand heeft leren kennen. Het is warm. We rijden door naar de rivier. Daar is het een stuk koeler. Aan de rivier staan allerlei restaurants en kinderen badderen in het water. In Azië zijn mensen erg preuts. Eerdere vakanties viel mij al op dat Aziaten geheel gekleed, zelfs in spijkerbroek, het water in gaan. Van David heb ik duidelijke instructies gekregen om niet in bikini te gaan zwemmen. TSP, Rosy en Jay verheugen zich om te gaan zwemmen. Ik zie mezelf niet totaal gekleed in water in gaan. Daarbij heb ik geen droge kleren bij me. Met een boot gaan we stroomopwaarts. Het is een mooie tocht. We stoppen bij een restaurant. In het water staan stoeltjes. Met onze voeten in het water zitten we gezellig te kletsen. TSP vertelt over de gigantische overstroming die ze vorig jaar augustus hebben gehad. Het water steeg 12 meter. Dit zie je nog aan het landschap. Veel geknakte bomen en weggeslagen land. In Ye stonden veel huizen onder water of zijn verwoest. Het huis van TSP z’n ouders staat op een heuvel. Hierdoor hebben zij geen schade ondervonden. TSP en Rosy willen aan de andere kant van de ondiepe rivier gaan zwemmen. Het water zou dat een medicinale werking hebben. De bootsman is mijn redding. Hij wacht al lange tijd op ons en wil terug. TSP, Jay en Rosy willen erg graag zwemmen en stellen voor om bij het dorp nog te duik te nemen. Na de boottocht heeft Jay geen zin meer. Het is al het eind van de middag. Ik vind het prima. We gaan nog wat eten. Ik eet een heerlijke noedelsoep en gefrituurde ‘pannenkoek’ met groente en garnalen. We rijden naar een pagode om nog net het laatste stukje van de zonsondergang te zien. Ik heb, weer, erg genoten vandaag. Met een extra dekentje slaap ik heerlijk.

Niet vooruit te branden in Mawlamyine

Maandagmorgen ben ik zonder wekker rond kwart voor zeven wakker. Ik voel me nog moe en mijn lichaam wil maar niet op gang komen. Ik wil nog ontbijten dus kom ik in actie. Wanneer ik onder de douche wil stappen, gaat de telefoon. Het ontbijt buffet is tot 9 uur of ik nog wil ontbijten vraagt een vriendelijke mevrouw aan de andere kant van de telefoon. Ik sprint naar beneden en oh wat ben ik blij. Het is een luxe buffet met diverse soorten bruin brood. De douche na het ontbijt helpt me niet om echt wakker te worden. Pas rond half twaalf loop ik naar buiten. De portier wijst naar de zon en roept hot. De goede man heeft helemaal gelijk. Hier is het echt heel warm. Het lukt me niet om een motortaxi te vinden. Ik loop terug naar het hotel en krijg hulp van de portier. Voordat ik weet, zit ik achter op weg naar Mahamuni pagode. Ik kom aan bij een pagode die een verloederde indruk maakt. Het lijkt de hangplek voor enkele verwarde/verwaarloosde mensen en veel honden. Ik loop verder naar boven een zaal in met boeddha’s. Een vriendelijke oude man staat voor me. Hij gebaart van alles maar ik begrijp hem niet. Lach lief, stop wat geld in donatiepot en loop, mezelf wat ongemakkelijk voelend, door. Hoe hoger ik kom, gaat de pagode er beter uitzien. Ze zijn druk bezig met renoveren. Ik kan geen genoeg krijgen van al het goud en kitsch van Aziatische tempels. Het uitzicht is van fantastisch. Ik zit lange tijd relaxed mensen te observeren en droom weg uitkijkend over het landschap. De volgende pagode is op loopafstand. Omdat het warm is, drink een colaatje bij een van de kraampjes. Een oudere  vrouw komt naar me toe lopen, zegt gedag en bekijkt me van top tot teen. Ondertussen deelt ze haar gedachtes met een andere vrouw. Die komt ook even naar mij kijken. Dit is de eerste keer dat ik zo openlijk wordt bekeken. Openlijk je nieuwsgierigheid tonen, is niet gebruikelijk in Myarmaanse cultuur. Ik zie de mensen met verbazing naar me kijken maar dat is inderdaad erg vluchtig en discreet. Vaak wordt er vriendelijke gelachen, een enkeling vraagt in gebroken Engels waar ik vandaan kom en heel soms wordt er stiekem een foto van mij genomen. Ik ben nog steeds moe maar vooral sloom. De hitte helpt ook niet. Het is 35 graden vertelt de weerapp mij. Ik sta op een loop richting de volgende pagode. Achter me hoor ik de vraag motortaxi? Voordat ik het zelf weet, roep ik ja, de naam van mijn hotel en zit ik achterop. Aangekomen loop ik richting restaurant. Ik word begroet door een Duitse vrouw die ook op de boot zat. Zij heeft de hele ochtend rond gelopen. Terwijl ik geniet van tempura garnalen zitten we gezellig te kletsen. Zij vertelt daar ze al jaren naar Myanmar op vakantie gaat. Ze heeft 2 ‘foster parent- kinderen, die in Duitsland good children heten, die zij jaarlijks bezoekt. Ze kan leuk vertellen over de bezoekjes aan de familie van haar good- kinderen. Hoe de hele familie toekijkt terwijl zij aan het eten is en zij pas eten wanneer zij klaar is. Voor buitenlanders is het verboden om bij Birmese mensen te logeren. Ik zucht dat ik zo moe ben. Ga lekker en dutje doen, het is tenslotte vakantie is haar antwoord. Ik laat het mij geen 2 keer zeggen. Doe een lekker dutje en eet ‘s avonds weer in het hotel. 

Dinsdag kom ik weer in actie. Heb beroerd geslapen. Myanmar kent vele verschillende volken, met onderlinge conflicten. Ik verblijf nu in het gebied van de Mon's. Het zijn feestdagen in dit gebied en tot vijf uur in de ochtend schalde keiharde muziek door de stad. Ik ontbijt met de Duitse vrouw. Vandaag ga ik naar Ogre eiland. Een eiland waar ieder dorp zijn eigen ambacht heeft. Toeristen mogen er niet overnachten. Ik deel de tuktuk met een Argentijn die nauwelijks Engels spreekt. Onze gids is een keurige jongen van begin 20. De eerste stop is bij een dorp waar ze leisteen schoolborden maken die kinderen, vooral op het platteland, als schrift gebruiken. Met verbazing kijk ik naar de ouderwetse manier hoe deze worden gemaakt. Het is een arbeidsintensief proces. De leisteen komt uit nabij gelegen mijnen. Bij winning hiervan komen helaas ook veel mannen om het leven. We krijgen beide een schoolbordje mee. We stoppen bij een pagode en genieten van het uitzicht. Het is een mooi groen eiland met een gemoedelijke sfeer. Er zijn veel rubberplantages. We zien hoe van het sap van de rubberbomen dikke matten voor diverse doeleinden worden gemaakt. Vervolgens gaan we naar een elastiekjes’fabriek’. Het maken van elastiekjes is niet eenvoudig en bestaat uit veel stappen. Ik snap er dan ook niets van dat wij voor een appel en een ei een doos elastieken kunnen kopen. Ik blijf me de hele dag verbazen. Zo ook bij de vrouw die kokosdeurmatten maakt. Het touw voor de matten draait ze behendig uit de platgeslagen bast van de kokosnoot. Om ze vervolgens tot een deurmat te knopen. In de weverij werken veel jonge meisjes. Ze maken dagen van 10 uur maar kunnen tussendoor naar huis voor het huishouden licht onze gids toe. Tussen de weefgetouwen ligt een baby in een hangmat te slapen. De meeste van de stoffen worden verkocht aan Thailand. Waar ze met winst worden verkocht. Onze regering heeft nog niet door hoe ze zelf geld kunnen verdienen, zegt de gids zuur. Bij een houtwerkplaats koop ik een paar handgemaakte pennen. Tegen vier uur zijn we terug bij ons hotel. Ik vraag aan de Argentijn wanneer hij doorreist naar zijn volgende bestemming. Uit zijn glazige blik maak ik op dat hij nog minder Engels verstaat dan aangenomen. 


Hpa'an deel 2

Zaterdagochtend gaat er geen wekker. Heerlijk, ik doe rustig aan. Hang uit het raam om te kijken hoe het leven op gang komt. Hier begint het vroeg. In Myanmar heb je naast de monniken ook veel nonnen. Ik kijk hoe ze de huizen langs lopen voor een aalmoes. Sommige nonnen zijn nog erg jong, ik schat ongeveer 7 jaar. In hun roze jurken lopen ze in een rij met een kom waarin het eten wordt geschept. De oudste, of de langste, voorop. Ik ga ontbijten. Een zeer gevarieerd Aziatische ontbijt; een soepje die ik niet lust, samosa, vandaag is de zoetigheid de kokospannenkoek die ik ook op de avondmarkt heb gegeten. Judith en Natascha hebben me gisteravond geappt of ik mee ga naar Zwekabin Taung, een hele hoge berg met op de top een klooster. De klim naar boven, die steil en zwaar is, duurt 5 uur. De afdaling 3 uur. Je kunt in het gastenverblijf van het klooster, zeer minimalistisch, overnachten. Ik pas. Zie mezelf de top niet halen zonder te gaan huilen en geef de voorkeur aan slapen in een bed in plaats van op een matje. Morgen reizen we alle drie door. Zij naar het noorden en ik zak verder naar het zuiden af. Tut nog wat en ga op stap. Een wandeling naar een meer aan de andere kant van het dorp. Ik loop langs een klein marktje, een groene moskee met een waterput waar nog emmertjes water naar boven worden gehaald. Het meer is groot maar er is weinig te beleven. Een paar erg versleten waterfietsen in de vorm van dieren liggen doelloos aan de kant. Tot mijn grote schrik zie ik dat er een hoog megahotel wordt gebouwd aan de rand van het meer. Ik vraag me af hoe het hier over een paar jaar zal zijn en ben blij dat ik nu nog de charme van Hpa'an mag meemaken. Al snel vind ik het restaurant waar jongeren worden opgeleid. Het is een relaxte plek en breng hier de middag door schrijvend aan 2 verhalen voor mijn blog. Aan het eind van de middag wandel ik terug. Ik regel een zitplaats op de boot naar Mawlamyine die morgen om 13 uur vertrek. Ik heb dan nog tijd voor een massage. De vriendelijke vrouw van mijn guesthouse maakt een afspraak. Ga eten bij mijn vaste restaurant en klets met een Duits stel die ik vanaf de gouden rots dagelijks tegen kom. Zij gaan morgen ook met de boot naar Mawlamyine. Zondagochtend brengt een motortaxi mij naar mijn massageafspraak. Ik moet andere kleding aan; een broek en een t-shirt. Ga op een matje liggen. Een jong en tenger meisje gaat me masseren. Ze begint bij mijn linkervoet. Zodra zij haar vingers krachtig in mijn voetzolen drukt, weet ik dat ik dit niet leuk ga vinden. Krachtig masseert ze door. De stilte en rustgevende Aziatische pingelmuziek weerhoudt me om constant ‘auw' te roepen. Bij iedere aanraking verkramp ik. Na mijn linker onderbeen heeft ze door dat ik het kleinzerige type ben een vermindert fors de druk. Het scheelt maar fijn vind ik het nog steeds niet. Haar ellebogen worden in mijn lijf geduwd, mijn benen in onmogelijke posities gevouwen om ze vervolgens met veel duwen op te rekken. Ze gaat op me zitten zodat ze hard aan mijn armen kan trekken. Ik krijg de indruk dat zij het ook niet heel leuk vind. De behandeling zou één uur duren maar drie kwartier later sta ik opgelucht buiten. Werner logeert in mijn guesthouse en gaat ook met de boot naar Mawlamyine. Terwijl we wachten, luister ik braaf naar zijn uitleg over onze volgende bestemming. Met behulp van Google earth laat hij zien hoe de stad er uit ziet. Hij heeft nog geen kamer geboekt. Hij heeft er wel één op het oog maar die is buiten zijn budget. Overnachtingen in Myanmar zijn in verhouding tot eten en vervoer erg duur en niet van de beste kwaliteit. Ook ik wilde graag in hetzelfde hotel verblijven omdat deze goede recensies krijgt. Gisteravond is het mij gelukt om via een last minute deal met flinke korting de laatste kamer in dat hotel te boeken. De tijd begint te dringen, Werner wordt nerveus. Hij wil naar de boot omdat hij bang is dat er geen zitplaats meer zal zijn. Beide moeten we nog afrekenen. Tijdens het wachten, krijgen we een kopje thee en heerlijke bananenchips. De eigenaresse komt binnen met haar boodschappen en zit lang aan de telefoon. Dit maakt Werner boos. Een ingewikkeld verhaal over dat hij de baas is over zijn eigen tijd en niet wil wachten op anderen volgt. Mijn suggestie om naar de balie te lopen met de vraag of hij kan afrekenen, slaat hij af. Het initiatief moet van de eigenaresse komen, vindt Werner. Ik loop naar de balie en vraag of ik kan afrekenen. Al snel staat Werner naast me. We moeten nog blijven wachten en Werner begint hard te roepen dat we morgen pas met de boot zullen vertrekken. De eigenaren beginnen te lachen en proberen hem gerust te stellen. Nog geen vijf minuten later worden we opgehaald. Het is inderdaad al erg vol op het kleine bootje. Ik hoor Werner pruttelen; dit is wat ik bedoel. Ik negeer hem. Met een beetje proppen, vind ik nog een plek. Voor Werner wordt een bank gecreëerd die hij helemaal voor zichzelf heeft. Klets met een man uit Luxemburg die een Nederlandse moeder heeft en het leuk vindt om weer Nederlands te praten. Hij doet ontwikkelingswerk voor de overheid en heeft op veel plekken in de wereld gewoond. Myanmar wordt door opvallend veel Duitsers en Oostenrijkers bezocht. De boot zit er vol mee. Ik geniet van de boottocht. Het landschap is niet heel bijzonder en er is eigenlijk weinig te zien maar dat mag de pret niet drukken. We maken een korte stop in een dorp. Aan de rand van de rivier worden kleren gewassen, gebadderd en zijn puberjongens aan het zwemmen. Wanneer we instappen, vinden ze het leuk om bommetjes te maken. Werner wordt nat, begint te brompotten en ik hoor de Luxemburger tegen hem zeggen dat het alleen maar water is. Vier uur later komen we aan in Mawlamyine. Met een motortaxi ga ik naar mijn hotel. Heb geen zin om op zoek te gaan naar een restaurant en eet in mijn hotel.

Hpa'an

Donderdag kan ik een soort van uitslapen. Met Judith en Natascha reis ik door naar Hpa'an met de bus van 9.00 uur. Wanneer ik mijn rugtas aan het inpakken ben, komt Natascha de geleende rok terugbrengen. Het gaat niet met Judith. Ze moet overgeven en heeft last van haar darmen. Bij het ontbijt schuift Judith aan en ziet er inderdaad beroerd uit. Natascha is bang dat ze niet in staat is om te reizen. Kinpun is een klein dorp waar weinig te beleven valt. Natascha is bang dat ze hier stranden en dat zij hier niets kan doen. Terwijl we op de pick-up wachten die ons naar het busstation in Kyaiktiyo moet Judith rennen naar de wc. De pick-up zou ons om 8.30 uur komen ophalen maar hier hebben ze een andere klok. We kletsen met een ouder Duits echtpaar die een paar maanden door Azië trekken. Rond 9 uur worden we opgehaald. De pick-up zit vol. Ik verbaas me wat er allemaal meegaat; een fiets met een kip in fietsmandje, veel tassen en dozen. Bij aankomst in Kyaiktiyo moeten we nog op de bus wachten. Met Judith gaat het niet goed. Ze staat over te geven en ziet heel wit uit. Een Birmaanse vrouw komt heel lief haar nek masseren. Het lijkt alsof ze harder gaat overgeven en moet rennen naar een wc. Later vertelt ze dat het wel heeft geholpen en dat zij zich beter ging voelen. De bus is gearriveerd maar we vertrekken niet in afwachting van Judith en Natascha. Ik heb gelukkig een zitplaats op een gewone stoel. Omdat de bus vol zit moeten mensen op krukjes plaats nemen in het gangpad. Tegen tien uur vertrekken we om bijna vier uur later aan te komen in Hpa’an. Judith en Natascha logeren in een ander guesthouse. Mijn guesthouse kan ik lopend bereiken. Al snel krijg ik een berichtje van Natascha; of we samen iets gaan eten. Ik boek een tour voor de volgende dag die mij langs de hoogtepunten in de omgeving zal brengen. Natascha en ik vinden snel een restaurant met goed recensies. Die blijken te kloppen. Ik eet heerlijke noedels en bestel groente. Hier weten ze weinig tot geen groente dus smaakt het heerlijk. We wandelen door het plaatsje en belanden bij de nachtmarkt. Judith stuurt een berichtje dat het beter gaat. We halen haar op een wandelen nogmaals over de markt. Ik eet wat samosas. Natascha is het type ‘wat de boer niet kent…’. Nadat ze uitgebreid heeft vertelt dat ze geen kokosnoot lust, krijgen we een stukje pannenkoek aangeboden. Die smaakt heerlijk. We bestellen er één om hem samen te delen. Terwijl de pannenkoek wordt gebakken, vraagt Natascha aan mij wat de witte stukjes zijn die door het beslag worden geroerd. Kokosnoot! Samen kunnen we er smakelijk om lachen. We drinken nog een heerlijke mangosap en nemen afscheid van elkaar. Zij gaan morgen met de scooter op pad en ik georganiseerd.

Vrijdagochtend word ik om 9.00 uur opgehaald voor de dagtour. Wanneer ik in de tuktuk stap, vraagt een vrouw die ik nog nooit heb gezien waar mijn vriendinnen zijn. Ik reis alleen is mijn antwoord. Zij kan mij haarfijn vertellen wanneer ik naar de Golden rock ben geweest, hoe laat ik terug was en dat ik gisteren samen met mijn vriendinnen vroeg ben vertrokken uit Kinpun. Ik logeerde in hetzelfde hotel licht ze toe. Ik stel me voor. Zij heet Nancy, komt uit het voormalige Oost- Duitsland met een Nigeriaanse vader en Duitse moeder. De andere passagier is de 70-jarige Werner uit Oostenrijk waarvan al snel duidelijk wordt dat het een vervelende snobistische betweter is. Werner heeft veel gereisd en in het buitenland gewerkt. Hij noemt graag ingewikkelde en onbekende plaatsnamen overal ter wereld met de vraag of wij daar al zijn geweest. Nancy reist voor de 2e keer alleen en is graag alleen. Zodra we ergens aankomen, sprint ze uit de tuktuk en is weg. Meerdere groepjes bezoeken in hetzelfde tempo de tempels en grotten. Ik klets met de moeder van een Engels gezin die een half jaar reizen. Ze willen zo min mogelijk vliegen en zijn vanuit Polen over land met openbaar vervoer in vijf maanden tijd naar Myanmar gereisd. Myanmar is hun laatste bestemming. Ze geeft heel eerlijk toe dat er momenten zijn geweest dat ze huilend naar huis wilde. Maar dat kon niet omdat wij ons huis hebben verhuurd voegt ze er nuchter aan toe. Bij één van de tempels klim ik met een vroeg gepensioneerde Canadees naar de top van het bergje waar we een geweldig uitzicht hebben. Hij heeft als lasser gewerkt en in tegenstelling tot wat zijn uiterlijk doet vermoeden is hij een yogafreak. Ik kan erg met hem lachen. In onze tuktuk heeft Werner het hoogste woord. Bij mij heeft hij al op het knopje kattenkop gedrukt maar door flink op mijn tong te bijten kan ik me inhouden. Werner vertelt dat hij op 55 jarige leeftijd is gestopt met werken. Hij vindt dat mensen te veel zeuren en gewoon op die leeftijd moeten stoppen met werken. Waarbij hij buiten beschouwing laat dat hij een goed betaalde baan bij de overheid had. Nancy antwoordt duidelijk geïrriteerd dat zij tot 67 moet werken en nauwelijks rente over haar spaargeld krijgt. Werner is heel even stil. We bezoeken grotten en tempels. De natuur is mooi. Bij één van de tempels worden vogels verkocht. Een vogel kopen en vrijlaten brengt geluk. Voor €2,- koop ik een vogel. Geluk is meegenomen maar ik heb vooral te doen met de vogels in een klein kooitje. Aan het eind van de middag gaan weer naar onze laatste stop, de vleermuizengrot. Met Nancy, die niet meer wegrent, zit ik gezellig te kletsen. Ik kom Judith en Natascha tegen die enthousiast over hun avonturen vertellen. Dan begint het… Uit een gat in de berg komen duizenden vleermuizen vliegen. Voor roofvogels is het etenstijd en happen behendig vleermuizen uit de lucht. Het is 19 uur wanneer we, alle drie moe, terug keren. Ga nog snel eten, geniet van een douche en slaap als een roos.


De gouden rots

Opnieuw word ik vroeg wakker van het vreselijke geluid van mijn wekker. Ik merk dat ik toch wat nerveus ben. Na mijn treinavontuur van gisteren hoop ik dat ik de plaats van bestemming weet te bereiken. Na een weekje niets doen op bekend terrein is het nu even schakelen naar de meer avontuurlijke reisstand. Mijn hotel zit tegenover het treinstation. Dus die weet ik te vinden. Ik koop voor € 1,40 een eerste klas kaartje voor de 5 uur durende treinrit. Ik klets even met de mannen achter het loket omdat ze het wonderlijk vinden dat ik uit Nederland kom. Dutch people very tall and white. Inderdaad…Ik ben geen van beide. Dan word ik aangesproken door 2 jonge vrouwen die achter mij in de rij staan. Ik weet niet wat voor taal ze spreken maar ik versta ze niet. Na 3x vragen, kom ik erachter dat het Belgen zijn die in een zwaar Vlaams dialect spreken. Waar ik naar toe ga? Ook zij gaan naar Kyaiktoyo en uiteindelijk Kinpun. Ze kopen ook een kaartje en met zijn drieën lopen we naar de trein. Een jong meisje loopt mee om te laten zien in welk wagon onze stoelen zijn. Met de Belgische vrouwen heb ik een klik. Al snel kletsen maar lachen we vooral veel. Ze heten Natascha en Judith en zijn halverwege de dertig. Natascha heeft een gezin maar wilde graag met haar hartsvriendin Judith op reis. Judith, degene met het zwaarste dialect, is single. De treinreis is erg mooi. We rijden langs kleine dorpjes met veel krakkemikkige bamboe hutjes en de natuur is prachtig. De rit, afgewisseld met dutjes en kletspraatjes gaat snel. Bij aankomst in Kyaiktoyo gaan we op zoek naar de pick-up truck die ons naar Kinpun moet brengen. Met de hulp van de vriendelijke bevolking vinden die snel. De pick-up zit al vol. Een bankje in het midden wordt uitgeschoven wat dozen worden verplaatst en we kunnen mee. Natascha en Judith hebben in de trein een kamer geboekt in hetzelfde hotel als ik. Ook zij blijven hier maar 1 nacht en willen vanmiddag naar de gouden rots. Ze dragen beide heel weinig kleding, hele korte broekjes en minuscule topjes. Ik leen Natascha één van mijn rokken. Gisteren moesten zij bij een tempel kleding huren omdat zij er anders niet in kwamen. We gaan eerst iets eten. De Birmaanse keuken is niet mijn favoriet. We bestellen een curry, staande uit drie erg kleine stukjes kip en heel veel rijst. De gouden rots, die gevaarlijk op een berg hangt maar door een haar van boeddha op zijn plaats wordt gehouden, is een bedevaartsoord. Het is een flinke klim naar boven. De wandeling omhoog duurt 5 uur en de weg terug 3 uur. Gelukkig kun je er ook met een truck naar toe. We vinden snel het station en moeten meelopen met een meneer. Voordat de truck in mogen wordt onze temperatuur met een soort pistool opgemeten. Alle drie worden we goed bevonden en mogen aan boord. Het is een grote truck met weinig beenruimte en heel veel mensen. De 3 kwartier durende rit, bijna steil omhoog met vooral haarspeldbochten, vraagt veel van de pelgrims. De meeste zien er al snel heel ziek uit. Natascha en Judith, die een paar rijen achter mij zitten, waarschuwen me lachend dat degene achter me er uit ziet alsof hij iedere moment kan gaan overgeven. Gelukkig weet ik droog de top te bereiken. Als toerist moet je entreegeld betalen. Pelgrims mogen gratis naar binnen. Wanneer we het terrein oplopen, wordt er plotseling iets op mijn voorhoofd gericht. Ik schrik me een ongeluk maar het betreft een temperatuurpistool. Ik ben nog steeds okay en mag verder. We wandelen rond en maken foto's. Ik maak foto’s van Judith maar geef de opdracht snel aan Natascha. Judith is erg kritisch… De zoveelste foto wordt afgekeurd omdat er iets met haar voet die raar op de foto staat….?! Met één van de laatste trucks keren we tegen 6 uur terug. Onderweg naar beneden is het Natascha die lichtelijk onwel wordt. In het kleine dorpje vinden we een ander restaurantje waar we opnieuw een minimale maaltijd krijgen voorgeschoteld. Bij ons hotel informeren we naar de bustijden voor onze reis van morgen. De reis naar Hpa'an zal 3,5 uur duren. We besluiten de bus van 9.00 uur nemen. Moe van deze volle dag gaan we vroeg slapen.

Myanmar

Dinsdagochtend gaat vreselijk vroeg de wekker. Om kwart voor vijf stap ik in de taxi op weg naar het vliegveld. Het is er al druk en vol verbazing kijk ik naar een vrouw die zich totaal heeft ingepakt. Ze draagt een wit beschermingspak, een veiligheidsbril, mondkapje en plastic handschoenen. Ze is waarschijnlijk erg bang om besmet te worden met coronavirus maar ziet er vooral wonderlijk uit tussen mensen die hooguit een mondkapje dragen. In het vliegtuig moet ik een gezondheidsverklaring invullen. Rond half negen land ik in Yangon waar het een half uurtje vroeger is. Ben snel door de douane. Wissel mijn euro’s om voor een half miljoen kyat's, koop een internetkaart voor mijn mobiel die gelukkig ook geïnstalleerd wordt zodat ik nog steeds mijn Whatsapp, e-mails, etc. kan ontvangen en ga op zoek naar een taxi. Het verkeer in Yangon is verschrikkelijk. We staan vooral in de file. Tegen 10 uur kom ik aan bij mijn hotel. Ik heb mezelf getrakteerd op een luxe kamer in een trendy hotel. Ondanks dat ik uren te vroeg ben, kan ik al inchecken. Kan nog net heerlijk ontbijten met croissantjes en een zeer luxe gebakken eitje. Doe een klein dutje en kom in actie. Een ritje met de circletrain staat op het programma. Normaal duurt de rit 3 à 4 uur en geeft een mooi overzicht van het leven in en om Yangon. Vanwege een renovatie is de rit behoorlijk in gekort. Nu duurt het maximaal een uurtje heen en een uurtje terug. De trein keert vanzelf om verzekert de meneer van de receptie mij. Moet een tijdje wachten op de trein en kan meteen informeren naar mijn reis voor morgen. Had gehoopt uit te kunnen slapen maar tot mijn grote schrik zijn er maar 2 treinen per dag naar Kyaiktoyo; één om half 7 ’s morgens en één om zes uur ’s avonds. Kaartjes worden op de dag van vertrek verkocht, legt de vriendelijke man achter het loket uit. Ga op zoek naar wat eten voor de treinreis en merk meteen dat ik niet meer in het met ontwikkelde Thailand ben. Geen supermarkten op iedere hoek van de straat die 24 uur per dag open zijn. Vind een marktje en koop een paar bananen, om ze aan het eind van de dag weg te gooien omdat ze behoorlijk geplet uit mijn tas komen. Koop voor € 0,15 en treinkaartje voor de circletrain. Na een kwartiertje wachten arriveert de trein. De rit valt een beetje tegen. Wanneer ik na anderhalf uur, nog steeds in dezelfde richting, in de trein zit, slaat en lichte paniek toe. Ik vind een conducteur die alleen maar no Yangon roept. In de trein zitten en paar Nederlandse jongens. Ik vraag of zij meer weten. Ze zijn super melig en ik krijg geen zinnig antwoord. Wel wensen ze mij succes. Wanneer ik op een station twee toeristen zie staan, spring ik uit de net optrekkende trein zonder verwondingen ?! Ik loop naar het jonge stel op het perron toe. Of zij weten wanneer er een trein terug naar Yangon gaat. Het blijken Belgen dus ik kan weer in het Nederlands praten. Samen informeren bij de stationschef. Over 4 uur gaat er een trein terug naar Yangon. We kunnen ook over 1,5 uur een andere trein nemen maar moeten dan wel ergens overstappen. De jongen heeft in Thailand een misstap gemaakt, zijn been zit in een brace en hij loopt op krukken. Zijn geblesseerde been is behoorlijk dik en hij heeft pijn. Zijn vriendin oppert Grab, de Aziatische uber. Helaas is er geen beschikbare chauffeur in de buurt. Met moeite vinden we een taxi. Voor omgerekend €5,- brengt hij ons terug naar Yangon. De rit duurt zeker anderhalf uur. Pas aan het begin van de avond ben ik terug in mijn hotel. Douche snel en eet een heerlijke pizza in het hippe restaurant. Lig bijtijds in mijn bed.