mariscaj.reismee.nl

Ho Chi Minh en Bangkok

Zola, de dochter van de familie, heeft een buskaartje voor me gekocht voor de reis naar Ho Chi Minh. Op internet lees ik hele slechte reviews over het busbedrijf. Ik merk dat ik toch wat nerveus aan de reis begin. De vader brengt me tegen half twaalf naar het busstation. We gaan op de scooter. Als een volleerde Vietnamees hijs ik mijn zware koffer tussen ons in. Het busstation is een kantoortje. Ik moet lang wachten. Bijna anderhalf uur later dan gepland, arriveert de bus. Er ligt al iemand in ‘mijn’ bed dus ga ik ergens anders liggen. We halen andere mensen op en her en der stappen mensen uit. Het blijft erg vol in de bus. Bij één hotel staan veel mensen te wachten. Ze stappen in en zien al snel dat er geen ruimte voor hen is. Een mevrouw van de busmaatschappij dirigeert ze weer naar buiten. Gelaten staan ze te wachten. Mevrouw van de busmaatschappij is alles behalve vriendelijk. Mensen die in Mui Ne verblijven, moeten er uit. Er staat een kleine bus op hen te wachten. Ze heeft besloten dat ik er ook uit moet. Ondanks dat ik blijven zeggen dat ik naar Ho Chi Minh ga, blijft ze vragen naar de naam van mijn hotel. Een medepassagier neemt het voor me op en maakt ruzie met haar. Ze vraagt naar mijn telefoonnummer. Ik sta niet op haar lijst en mag blijven liggen. Mijn oorspronkelijke bed is vrijgekomen en ik wissel snel van plek. Ondertussen is er veel geruzie gaande en wordt er geschreeuwd. Na een tijdje kunnen de wachtende passagiers instappen en vervolgen wij de reis. DIe duurt eindeloos. In plaats van 3,5 uur zijn we 5 uur onderweg. Af en toe hebben we een korte plaspauze en steeds wil de bus wegrijden terwijl een groot deel van de passagiers nog niet terug is. Tegen half zeven ’s avonds zijn we in de buurt van Ho Chi Minh en moeten we uitstappen. Ik raak aan de praat met een jonge vrouw. Ze vindt het een scam. Wat een oplichting zegt ze met een overdreven Amerikaans accent. Misschien kunnen we samen een taxi delen, vraagt ze. Ik vind het prima. Een kleinere bus komt voorrijden waar we in kunnen stappen. Ik babbel met de jonge vrouw. Ze verblijft al een half jaar in Vietnam. Vooral in kleinere plaatsen waar ze dan een appartement huurt. Eens in de zoveel tijd moet ze even het land uit omdat haar visum verloopt. Ze gaat nu een dag naar Cambodja. Zullen we straks samen gaan eten? Dat lijkt me leuk. Zo’n een kwartier later denk ik daar heel anders over. Edith, 22 jaar, zoals mijn nieuwe vriendin heet, komt oorspronkelijk uit India. Haar ouders hebben haar op reis gestuurd omdat ze teveel geld uitgaf aan winkelen. Ze weet alles al. Ik vind haar dodelijk vermoeiend. Misschien kunnen we na het eten nog uitgaan, kwebbelt ze vrolijk door. Ik moet er sowieso niet aan denken en al helemaal niet na deze reis. We zijn aangekomen op de afleverplek in Ho Chi Minh. Op Google maps zie ik dat het tien minuten lopen is naar mijn hotel. Ik wimpel Edith af. Hier en daar mis ik een afslag maar vind al snel mijn kleine hotel. De receptie is gesloten. In een sleutelkastje vind ik de sleutel van mijn kamer. Ik begrijp niet hoe ik de voordeur open moet krijgen. Geen sleutelgat te vinden. Ik app met iemand van het hotel. De ‘sleutelhanger’ blijkt een keykaart te zijn waarmee ik de voordeur kan openen. Gelukkig sturen ze instructies met foto’s en ben ik snel binnen. Mijn kamer is een studio met keuken. Het is inmiddels bijna half negen en ik moet er snel weer uit om te gaan eten. De meeste restaurants sluiten rond half tien. Ik eet heerlijke zoete sperziebonen met varkensvlees.

Ik ben maar een dag in Ho Chi Minh. Ik loop naar de grote markt. Eigenlijk op zoek naar souvenirs. Of je nu in Thailand of Vietnam bent het zijn precies dezelfde souvenirs die ook nog eens in China zijn gemaakt. Ik wandel door de stad. Het is echt heel warm in Ho Chi Minh. Zo’n 35 graden. Ik zoek mijn toevlucht in een winkelcentrum. Ik moet afscheid nemen van Vietnam en het eten. ’s Middags eet ik nog een bahn Mi, de heerlijk belegde broodjes. ’s Avonds een banh xeo, een hartige pannenkoek die ik heerlijk vind. Donderdag heb ik een vroege vlucht. Ondanks dat het maar 1,5 uur vliegen is, betreft het een internationale vlucht en moet ik 3 uur van tevoren op het vliegveld zijn. Om 6 uur haalt de Grab, Aziatische uber, me op. Het is druk en de rijen zijn lang en langzaam. Een medewerker komt 3 mensen die voor mij staan uit de rij halen. Het is half acht. Ik begrijp dat hun vlucht om 8 uur vertrekt. De medewerker legt uit dat ze die vlucht niet gaan halen. De vrouw van het gezelschap blijft herhalen dat ze online heeft ingecheckt. De man vraagt of hij kan betalen. De medewerker legt uit dat hun bagage van boord wordt gehaald. Nog wat in shock lopen ze met de medewerker mee. Kort voor vertrek heb ik lichte paniek. De gate is gewijzigd en ik moet een sprintje trekken om mijn vliegtuig te halen.

In Bangkok logeer ik in de wijk Silom, het zakencentrum. Ik ben er niet eerder geweest. Het is een wijk met veel wolkenkrabbers, chique hotels en restaurants. Ik heb geluk met een redelijk betaalbare kamer in een klein guesthouse. Bee, de eigenaresse heeft uitgelegd waar ik een avondmarkt kan vinden waar de lokale bevolking ook eet. Op de markt koop ik twee loempia’s met garnalen voor later. In een restaurantje eet ik kip met Thaise basilicum. De loempia’s zijn heerlijk maar ik krijg ze met moeite op. Behalve het zakencentrum is dit ook een uitgaanwijk. Ik loop langs de toeristische avondmarkt waar je quasi geheimzinnig wordt aangesproken om naar een sexshow te gaan. Er zijn veel massagesalons met jongens. De massagesalon hebben namen zoals ‘9-teen’.

Vrijdag wandel ik naar een treinstation om alvast een treinkaartje te kopen voor mijn volgende bestemming. Vervolgens loop ik naar een klein museum. Een aantal oude Thaise woningendie beeld geven hoe men rond 1940 woonde. Hoewel het niet de temperaturen zoals in Ho Chi Minh zijn, is het hier ook drukkend warm. De vriendelijke dames van het museum klagen ook over de warmte. Ik zoek de koelte op en lunch in een chique restaurant. Ik eet vis in bananenblad en drink een paarse limonade.

Vrijdagochtend regent het heel hard. Een goed excuus om rustig aan te doen. Tegen de middag klaart het op. De regen heeft voor wat koelte gezorgd. Al blijft het warm. Ik wandel naar een park. Er leven hier veel leguanen maar zie ik geen één. Voor de dochter van een nicht ben ik op zoek naar ansichtkaarten. Die zijn niet meer van deze tijd blijkt. In Vietnam is het niet gelukt. Hier vind ik uiteindelijk 2 kaarten. Het zijn één van de laatste dus veel keus is er niet. Trakteer mezelf op pizza en een glaasje wijn.

Het is nu zondagochtend, bijna middag. Ik zit in de trein. Lekker om de stad te verlaten. Ik ben op weg naar Khao Yai, een nationaal park. Ik geniet van het landschap waar de trein langzaam door heen rijdt.









Reacties

Reacties

Lucia

Wat een belevenissen allemaal. Ik probeer je tempo een beetje bij te houden, maar gezien de hitte lijkt het me af en toe toch nogal vermoeiend. Met veel bewondering realiseer ik me dat je dit allemaal in je uppie doet!!! Liefs van mij.

Carien

Onder de indruk! Vooral van je schrijfstijl, geweldig!

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!