mariscaj.reismee.nl

Pensionado's, vergeten vinkjes en verboden voorwerpen

Op vrijdag verlaat ik mijn schattige bamboe hutje en verhuis naar een ander deel van het eiland. Opnieuw aan het strand, dit keer een kamer. Claus is zo aardig om mij er op de scooter naar toe te rijden. We drinken nog een kopje koffie en nemen afscheid met de halve afspraak nog uit eten te gaan. Het is een drukke dag voor mij. Nog geen half uur later komt Thomas me ophalen met de auto. Thomas heeft zich helemaal gesetteld op Koh Phangan. Een aantal jaar geleden heb ik hem op Koh Phangan ontmoet. Hij was toen net op met vervroegd pensioen en zou er 2 maanden overwinteren. Ieder jaar werd zijn verblijf langer en vorig jaar heeft hij er een klein huis laten bouwen en zijn woning in Frankfurt onder verhuurd. We rijden naar Chaloklum, een vissersdorp. Vlakbij de pier eet ik een heerlijke inktvisschotel. Thomas heeft veel te vertellen. Vooral over zijn voet, wat eigenlijk een ontstoken teen is. Na de lunch rijden we naar zijn huis. Het is een prachtige moderne woning die in Los Angeles niet zou misstaan. Terwijl Thomas op de bank ligt met voet omhoog kletsen we lekker bij. Het is gezellig. Begin van de avond brengt hij me terug.

Zaterdag realiseer ik me dat er bijna een eind komt aan dit luie leventje. Ik breng mijn was weg. Lig weer heerlijk aan het strand te lezen. Aan het eind van de middag krijg ik een berichtje van Thomas. Of ik hem wil ontmoeten voor zonsondergang- drankje. Ik wandel naar Thomas z'n ‘stamkroeg’ aan het strand. Ik word warm ontvangen door zijn vrienden. Ze zijn allemaal met pensioen. Sommige overwinteren hier en anderen wonen hier. Het zijn hele warme mensen en je ziet dat ze het goed met elkaar hebben. Ik klets met Jo, een gepensioneerde lerares uit Engeland, Rory en weinig mobiele Schot. Op de terugweg haal ik mijn was op en betaal €1,10.

Zondag is mijn laatste dag. Geniet dubbel van het niets doen. Krijg een bericht van Claus of ik vanavond uit eten wil, heb al met Thomas afgesproken. Ik pak mijn rugtas grotendeels in omdat ik morgenochtend vroeg vertrek. Eet met Thomas heerlijk Italiaans en neem afscheid van hem. Maandagmorgen word ik om 7 uur opgehaald door de taxi. De boot moest om 8 uur vertrekken maar heeft een uur vertraging. Bijna vijf uur later kom ik aan bij het vliegveld. Mijn vlucht is gewijzigd en vertrekt één uur later. Bij het inchecken kom ik erachter dat ik tijdens het boeken ergens een optie ben vergeten aan te vinken en ik alleen met handbagage reis. Tegen betaling kan mijn rugtas mee. Tijdens controle moet ik één van mijn aanstekers inleveren. Ik mag er maar één mee aan boord terwijl ik op de heenweg er 3 in mijn tas had zitten ?. Terwijl ik voor de gate zit te wachten, wordt er van alles omgeroepen. Opeens herken ik in het bijna onverstaanbare geklets mijn naam. Ik moet me ergens melden. Schrik me een ongeluk en snel naar een balie. Er is iets met mijn bagage. Ik moet mee komen…. Ik kom in een ruimte ergens in de krochten van het vliegveld. Tussen andere koffers staat mijn rugtas. Er zitten items in die niet in het ruim mogen. Ze vermoeden een powerbank…. Die heb ik keurig in mijn handtas zitten maar dan bedenk ik me dat ik 2 reserve batterijen, AA formaat, heb meegenomen. Die blijken niet de boosdoener te zijn. Ik laat mijn verzameling snoertjes zien en mijn zaklampJE is de dader. Gelukkig mag die in handtas mee. Tegen 6 uur s avonds check ik in bij mijn guesthouse in Bangkok. Geniet van een whoppermenu bij Burger King, ga vroeg slapen voor het 2e deel van mijn vakantie.


Van voetstuk vallen en dolende zielen

Woensdagochtend app ik met Thomas. Hij heeft een ontstoken voet. Of we kunnen bellen vraagt hij. Ik jok dat ik aan het werk ben. Mijn bezoek heb ik niet aangekondigd. Ik ben dol op Thomas, kan me erg met hem vermaken maar ik zou hem omschrijven als een soort wervelwind. Ik heb behoefte aan wat rust dus heb besloten om hem te verrassen wanneer ik er aan toe ben ?. Ik lig heerlijk te lezen aan het strand wanneer ik een bericht van Claus krijg. Of ik iets wil afspreken, zoals samen lunchen? Hij komt mij samen met z’n vriendin ophalen bij mijn ressort. Ik spring snel onder de douche. Wanneer ik terugloop naar de receptie zie ik daar Claus al zit zitten. De volgende aanblik van hem is er één waar ik toch wat treurig van word. Naast hem zit een veel jongere Thaise vrouw. We begroeten elkaar. De jongere Thaise vrouw is zijn vriendin. Om te laten zien dat ze een gelukkig stel zijn, knuffelen ze elkaar constant en vliegen de ‘I love you’s' over tafel. Gelukkig is deze act van korte duur. De naam van Claus zijn vriendin kan ik niet goed onthouden maar klinkt als Sofia. Ze spreekt goed Engels en maakt een vrolijke indruk. We gaan samen lunchen. Met z'n 3-en op de scooter, wat je hier vaak ziet, lijkt Sofia een hachelijke onderneming. Ze rijdt mij eerst naar het restaurant en haalt Claus later op. Met Sofia kan ik het goed vinden. Ze heeft gevoel voor humor. Samen met Claus vormt ze een bijzonder stel. Wanneer ik vraag naar haar kinderen vertelt dat ze 3 kinderen heeft. Twee kleine en één grote wijzend naar Claus. Bemoederen doet ze en Claus, die het heerlijk lijkt te vinden, zijn standaardantwoord is Yes boss! Zo wijst ze, na het eten, Claus een aantal keer op etensresten tussen zijn tanden. Kennelijk is dit een terugkerend probleem. Gedwee vist hij uit het hoesje van zijn mobiel een plastic tandenstoker en peutert er flink op los. Niet tot tevredenheid van Sofia. You still got chili on your teeth! Ze staat op en vlooit heel lang in de mond van Claus om er uiteindelijk een, overigens minuscuul, stukje chili uit te vissen.

Ik krijg nog een inkijk hoe zwaar het bestaan hier is. Sofia komt van het platteland waar het hard werken is met nauwelijks verdiensten. Haar ouders verdien nog geen € 100,- per jaar. Zij is een aantal jaar geleden naar Koh Phangan vertrokken en heeft inmiddels een eigen massagesalon met personeel. Haar personeel krijgt geen vast loon maar betaalt per klant. Vijftig procent gaat naar Sofia. Net als de taxichauffeur in Bangkok wonen haar personeelsleden wonen op het werk. Ik krijg de indruk dat Sofia ook in haar salon woonde tot Claus een woning heeft voor hen beide heeft gehuurd. Haar kinderen zijn opgevoed door haar ouders op het platteland. Haar oudste zoon, 18 jaar, is klaar met school en woont sinds kort ook op Koh Phangan, in een kamer achter haar salon.

Met Claus klets ik onder andere over onze afgelopen vakanties. Net als ik is hij dol Azië. Wel een ander soort Azië begrijp ik wanneer hij vertelt dat hij vaak naar Pattaya, het Sodom en Gomorra van Thailand, is geweest. Ik ben in Vietnam een paar dagen met hem opgetrokken maar had een ander beeld van hem.

Sofia heeft hij in haar massagesalon ontmoet en vertelt dat het hem moeite heeft gekost om haar te versieren. Ze hebben net een jaar een relatie. Sofia laten overkomen naar Denemarken is bijna onmogelijk en hij kan zich vanwege werk en allerlei administratieve problemen zoals visa en ziektekostenverzekeringen niet vestigen in Thailand. Voorlopig zal hij tijdens de wintermaanden op Koh Phangan wonen. Dit keer blijft hij 4 maanden op Koh Phangan en heeft een huis gehuurd voor 8 maanden.

De lunch is heerlijk. We rijden, één voor één, terug naar mijn resort. Daar kletsen we nog wat. Ik neem afscheid van Claus en Sofia met de belofte om nog met elkaar af te spreken voor mijn vertrek.

Donderdagochtend bel ik met Thomas. Hij heeft veel te vertellen, begint hij. Dat kan tijdens de lunch of avondeten antwoord ik. Thomas is blij verrast dat ik op het eiland maar heeft veel last van zijn voet en moet nog vandaag van alles. Morgen wanneer ik verhuis naar een ander deel van het eiland, dichterbij zijn huis, komt hij me ophalen om samen te lunchen en naar zijn huis te gaan die hij dit jaar heeft laten bouwen. Heerlijk deze dag is van mij. Ik doe weinig. Lees, dobber in de zee en dut in de hangmat. Van mezelf moet ik iets ondernemen. Met moeite sleep ik mezelf uit de hangmat en wandel aan het begin van de avond naar het centrum. De avond ‘foodmarket' is het doel. Eenmaal aangekomen vliegt het me toch een beetje aan. De hoeveelheid mensen maar ook keuze in eten. Ik kan niet kiezen. Loop over de markt, eet een paar samosa’s en een curry. Dan snel ik terug naar mijn rustige ressort. Ik ga nog wat drinken en wordt aangesproken door een man die zegt mijn buurman de zijn. Neil is 41 jaar een vertelt al snel dat hij zichzelf kwijt is. Tot 2007 had hij een goedlopend bedrijf, was niet meer tevreden, heeft alles verkocht en is naar Thailand vertrokken. Op Koh Phangan heeft hij een aantal jaar gewerkt als barkeeper en flink gefeest. Daarna heeft hij in Nieuw-Zeeland, Australië en nog wat landen gewoond maar kan zijn draai niet vinden. Hij is net terug uit Ierland, waar hij oorspronkelijk vandaan komt. Hij vond het heerlijk om zijn familie weer te zien maar heeft besloten om Ierland weer te verlaten en zijn zoektocht te vervolgen. Mensen die op zoek zijn naar zichzelf fascineren mij altijd. Ik zaag Neil hierover door maar word niet veel wijzer. Wel krijg ik de indruk dat hij nogal zwaar op de hand is een misschien zelfs een beetje last heeft van ‘het gras is groener aan de overkant- syndroom’. De barman Lak is een ex- collega van Neil. Wanneer Neil naar toilet gaat, lijkt Lak mij aan en begint te lachen. Schenk niet teveel aandacht aan Neil. Hij zoekt al 13 jaar naar zichzelf…. Neil is trying to find himself but doesn’t know what he is looking for, zegt hij grinnikend en hoofdschuddend. De volgende stap voor Neil is naar Vietnam gaan. Hij wil zich daar settelen en Engelse les gaan geven. Hij hoopt dat het lesgeven hem voldoening zal geven. Na 2 biertjes voel ik dat de zwaarmoedigheid van Neil op mij begint af te geven, ik ook wil gaan dolen maar dan vooral richting bed. Neem afscheid van Lak en Neil en huppel naar mijn hutje.


Van Amsterdam naar vakantie

Zaterdag 25 januari…. Ik mag weer! De rugtas is weer van de zolder afgekomen. De arme tas heeft er een jaar gelegen. Mijn nieuwe baan kent geen stuwmeer aan overuren. Dus moest ik wat langer geduld hebben maar heb ik nu enorm veel zin om weer op pad te gaan. Ik pak rustig in, ruim mijn huis op en aan het eind van middag ga ik naar mijn moeder om samen met haar door te reizen naar Schiphol. Om 20.30 vlieg ik. Ik slaap snel, kijk half naar een film. Na de overstap in Abu Dhabi heb ik geluk met een hele rij stoelen voor mezelf. Creëer een bedje en kan redelijk goed slapen. Stewardess wekt me voor een maaltijd die niet de moeite waard was om voor wakker voor te worden. Zo'n 18 uur na mijn vertrek uit Amsterdam stap ik in de taxi richting mijn guesthouse in Bangkok. De taxichauffeur is een vriendelijke, wat oudere, man. Hij woont 130 km van Bangkok in een dorp. Hij werkt 10 dagen in Bangkok, slaapt in zijn taxi en gaat dan 2 dagen naar huis om vervolgens weer terug te keren naar Bangkok. Waar ik vandaan kom? Bij het horen van Nederland gaat hij los… geweldige voetbalteams. Hij begint over 1988. Al weet ik niet precies wat wij toen hebben gewonnen, weet ik wel dat iets belangrijks was. Hij noemt namen die ik ken. Wanneer hij over ons huidig team begint, wordt het snel stil in de taxi. Ik heb een guesthouse geboekt in een rustige wijk. Ben doodmoe van de reis, eet snel een rode curry en duik mijn bed in. Guesthouse is erg gehorig. Ik slaap slecht, word vaak gewekt onder andere door iemand die met veel bombarie de inhoud van zijn maag ledigt. Maandag wandel ik door de buurt, bezoek een markt maar ben vooral moe. Ik realiseer me dat het vakantie is, eet een noedelsoep en ga terug naar bed. Siësta doet goed en is vrijbrief voor een luie dag. Ik ga boodschappen doen voor mijn reis naar Koh Phangan morgen. Kom erachter dat plastic tassen in de ban zijn. Goede zaak omdat je er mee doodgegooid werd. Voor mij ff vervelend omdat ik gerekend had op plastic tassen voor de vuile was. Regel een vuilniszakje in mijn guesthouse en ga vroeg slapen omdat ik er ook weer vroeg uit moet.

Drie uur in de ochtend gaat de wekker en om vier uur stap ik in de taxi. Met vliegtuig, bus en boot reis ik naar Koh Phangan. Wanneer ik op de boot zit, krijg ik een bericht van Claus. Claus heb ik jaren geleden in Vietnam ontmoet en een paar dagen mee gereisd. We hebben 1x 1 à 2 jaar contact. Meestal in deze tijd om uit te wisselen waar we op vakantie zijn en hoe het gaat. Claus heeft een eigen bedrijf en reist in de winter 2 tot 3 maanden. Ik kan het niet geloven… ik ben op Koh Phangan schrijft hij! We spreken af elkaar ergens komende dagen te ontmoeten. Rond 2 uur in de middag kom ik aan. Vind al snel een motortaxi en ben zo gelukkig wanneer ik achterop stap, de wind door mijn haren voel en op weg ben naar het strand. Ik heb en schattig bamboe hutje op een minuutje van het strand. Verheug me op de komende dagen waar ik niets moet. Behalve lezen, slapen, zwemmen en eten. Ik begin, glunderend, met boek in de hangmat op mijn balkon.


Nog even in negombo

Donderdag sta ik vroeg op. Vandaag ga ik een kookcursus volgen. Tot gisteravond was ik de enige deelnemer. Om kwart voor negen komt de docent mij ophalen en maak ik kennis met Yin, de andere deelnemer. Yin is een zeer optimistische Chinese die ik halverwege de dertig schat. Zij is onderweg naar India en heeft een lange overstaptijd. Die vult zij op met het volgen van een kookcursus. Na een kopje thee gaan we naar de markt. Yin pakt zich helemaal in, inclusief handschoenen. Ze wil echt niet bruin worden. Vrolijk legt ze uit hoe belangrijk het hebben van een blanke huid in China is. Ook hebben we het over de censuur in China. Whatsapp en Facebook mogen ze niet gebruiken. Er is wel een alternatief WeChat.

Ik schreef het al eerder de markten zijn hier erg klein. De vismarkt bestaat uit hooguit zeven kramen. De groentemarkt, op straat, uit niet veel meer. Ik heb een favoriet fruit ontdekt, de mangosteen. Het ziet eruit als een grote passievrucht en smaakt een beetje naar lychee. Ik koop nog een zak. We rijden naar het woonhuis van de docent wiens naam ik ben vergeten. Dan begint de les. In kleien schalen treffen we de voorbereiding voor maar liefst 11 gerechten. Yin en ik lachen wat af. Het koken is erg tijdrovend. Zelfs de kokosmelk maken we zelf. Yin gaat een maand door India reizen en naar haar Yogi. Yin is getrouwd en is schrijfster. Ze heeft een lange tijd veel gereisd en mensen geïnterviewd over het vinden van innerlijk geluk. Ze heeft al een aantal boeken over dit onderwerp uitgegeven. Haar vierde boek komt binnenkort uit. Ze heeft de rust in de yoga gevonden. De tijd begint te dringen. Yin moet een vliegtuig halen. Op tijd is alles klaar. We hebben ruim vier uur gekookt. Yin en ik zijn het erover eens dat we ons niet snel aan een Srilankaanse maaltijd zullen wagen. Het eten smaakt heerlijk en ziet er gezellig uit in de kleien schalen. We hebben een viscurry met een boel bijgerechten zoals gestoomde okers, Dahl, een salade van aubergine en ga zo maar door gemaakt. Ik leer met mijn (rechter)hand eten. Maak er een knoeiboel van. Met een volle buik en een lepel als souvenir zetten we Yin af bij het vliegveld. Ik wilde nog even naar het strand maar het is alweer drie uur wanneer ik bij mijn guesthouse wordt afgezet. Ik vlieg vannacht terug naar Nederland en besluit nog een paar uur te gaan slapen. Rook stiekem een sigaretje hangend uit het raam en zie de zon onder gaan. Om middernacht begin ik met het inpakken van mijn rugtas. Rook nog een sigaretje op het balkon. Het is nog heerlijk warm. In Nederland komt de lente eraan heb ik gelezen. Desondanks zal de lage temperatuur een schok zijn. Om twee uur in de ochtend rijd ik naar het vliegveld. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het ook weer prettig vind om naar huis te gaan. Sri Lanka was een bijzondere ervaring. Ik heb het zeker niet willen missen. Het eerste gedeelte van de reis verloopt voorspoedig. Ik zit in een nieuw vliegtuig. De stoelen zijn ruim. Ik dut wat en kijk naar een film. Op Doha is het even spannend. Ik heb een korte overstaptijd en moet inderdaad flink doorstappen om mijn aansluitende vlucht te halen. Ik zit naast een groep Indonesische vrouwen. Uit de tassen verschijnen bakjes rijst en nog veel meer eten. Gefascineerd kijk ik toe hoe een van de vrouwen zich vlak voor de landing opmaakt. Ze poedert haar gezicht wit en vergeet daarbij haar oren en hals. Een raar gezicht:-)!

Een kwartier eerder dan gepland land ik vrijdagmiddag in Amsterdam. Doe boodschappen maar haal een patatje bij de snackbar om de hoek.

Inmiddels ben ik alweer ruim een week terug in Amsterdam. Weer aan het werk en de wasmachine draait alweer. Ondanks dat ik maar 10 kilo aan bagage had, verbaas ik me er over hoeveel kledingstukken ik niet heb aangehad. De eerste werkweek zit erop. De foto’s staan geordend op de laptop. Een beetje laat schrijf ik dit laatste verhaal. Sri Lanka was mooi en een complete vakantie; cultuur, de bergen en het heerlijke strand. Ik ben blij dat ik er ben geweest. Er is geen vonk overgeslagen maar wel een mooie reiservaring toegevoegd aan mijn lijstje.

Galle

Maandag ontbijt ik nog gezellig met Martine en Paul. Ik kan rustig mijn tas inpakken. Vandaag reis ik door naar Galle, een uurtje van Mirissa. Voor een keer sla ik de bus over en ga ik lekker met de tuktuk. Martine en Paul rijden een stukje mee naar het treinstation in het volgende dorp. Dit in de hoop om treinkaartjes te kunnen kopen voor de treinreis van Ella naar Kandy. Rond elf uur neem ik afscheid van Indica en Aspera. Ik heb genoten. Het waren gezellige dagen. Martine en Paul zet ik af bij het treinstation. In mei zijn ze een dagje in Amsterdam. We spreken af elkaar dan te ontmoeten.

In Galle, wat qua overnachten etc. een stuk duurder is, trakteer ik mezelf iets boven het budget, op een kamer in een eclectisch ingericht guesthouse. Ik ben blij met mijn keuze. Het is er huiselijk en kleurrijk ingericht. Na een kopje thee ga ik nar buiten. Ik ga naar de markt. Eerder is het mij al opgevallen dat de markten hier klein zijn. Het is warm, heel erg warm. Na een uurtje lopen, staat het zweet op mijn rug. Ik loop naar het treinstation in het ‘moderne’ gedeelte van Galle. Hier in de buurt moet een leuk cafeetje zitten, heb ik gelezen in het leuke informatieboek van mijn guesthouse. Ik vind het snel. Het ziet er leuk uit. Beneden hebben ze winkel en boven zit het café. Ik mijd de warmte buiten en zit lekker binnen te lezen lang te lezen. Natuurlijk eet ik wat. Aan het begin van de avond ga ik lopend terug naar mijn guesthouse. Het is alweer wat afgekoeld maar nog steeds heerlijk warm. Ik nestel mezelf op een van de banken in de tuin. In mijn guesthouse staat een koelkast waar je zelf een drankje uit kan pakken. In een boekje kun je de gedronken drankjes bijhouden. De honestybar! Ik geniet van een wijntje en schrijf mijn vorige verhaal. Ik krijg een whatsapp van Janneke. We zouden elkaar morgen treffen om samen Galle fort te bezoeken. Ze heeft iets verkeerds gegeten. Ze wil de afspraak een dagje verplaatsen. Helaas kan ik niet. Ik ga woensdag naar Negombo mijn laatste stop. Jammer dat we elkaar niet meer ontmoeten. Ik maak ondertussen een praatje met een van de medewerkers. Hij werkt hier samen met zijn zus, de assistent-manager. Hij doet allerlei klusjes. Of ik ook christen ben, vraagt hij. Hij is christen, zegt hij vol trots. Boeddhisten zijn de grootste groep in Sri Lanka. Hij woont alleen met vier honden. Ik denk dat hij ergens halverwege de vijftig is. In het guesthouse zorgt hij ook voor een hond. Ik loop mee om naar de hond te kijken. Hij kletst gezellig verder. Als ik naar huis ga, gaat de hond naar de tempel om te slapen, vertelt hij lachend.

Wanneer ik voor het slapen gaan nog een sigaretje ga roken, hoor ik smakelijk gelach. In de tuin zitten drie vrouwen. Ik weet niet goed of het Srilankaanse of Indiase vrouwen zijn. Ze praten Engels met elkaar. Het opvallende vind ik dat ze roken en drinken een wijntje. Uit de korte gesprekjes van die avond en die de komende dag nog zullen volgen, begrijp ik dat een van hen in Canada woont. Ze komen vaker naar Galle voor het strand. Een ander werkt bij een bank in Colombo. Ze genieten van het leven en van elkaars gezelschap. Er wordt veel gelachen.

De volgende dag sta ik vroeg op. Voor de ergste hitte wil ik naar fort Galle. De Nederlanders hebben dit fort gebouwd. Met de tuktuk ga ik naar dit oude gedeelte van Galle. Ik wandel op mijn gemak over de vestingmuur. Vandaag is een feestdag en het is er druk. Ook met westerse toeristen. Voor het eerst deze vakantie zie ik veel Srilankanen op het strand en in zee. Maak af en toe een stop voor een verkoelend drankje. Wandel door de Leybaanstraat en bezoek een kerk met Nederlandse graven. Eet een vegetarische curry met een lekkere roti. Ik maak een praatje met een jongen die met zijn broer en een vriend op een gevaarlijk punt met veel rotsen de zee in springt. Ze springen rond zonondergang. Of ik kom kijken? Ik lach vriendelijk maar denk van niet. Het informatieboek had mij al gewaarschuwd voor aanhoudende tuktukchauffeurs die ritjes door het fort aanbieden. Het zijn er veel maar met een vriendelijk ‘no thank you’ nemen ze genoegen. Dus het valt mij reuze mee. Het wordt warm. Ik ga schuilen op een bankje in een galerij. Het is er koel. Ik kijk uit op een plein waar cricket wordt gespeeld. Degene die mij kennen, weten dat ik niets met sport heb. Op een of andere manier fascineert het spel. Ik kan er geen logica in ontdekken. Het is niet heel inspannend. Af en toe wordt er een balletje geslagen en je hoeft niet heel hard te rennen. Voor de rest staan ze veel stil. De rust wordt verstoord door een aanhoudende tuktukchauffeur. Want tuktuk? In het informatieboek van mijn guesthouse heb ik gelezen dat je van de tuktukchauffeurs af komt door épa!’ te roepen. Een soort van laat me met rust. Het blijkt een magisch woord. Als een haas gaat hij er vandoor. Ik moet er smakelijk om lachen. Morgen reis ik naar Negombo. De treinreis langs de kust schijnt mooi te zijn. Je schijnt ook luxere bussen die over de snelweg gaan, te hebben. Bij mijn guesthouse doe ik navraag. Ik kan het beste met de highwaybus naar Mahagama en dan met de tuktuk naar Negombo, vertelt een medewerker. 600 roepie! Ik kijk nog een keer op de kaart. Van Mahagama naar Negombo is zeker 110 kilometer. Dat is zeker geen ritje van 600 roepie (€ 3,-). Ik speur het internet af maar wordt niet veel wijzer. In de keuken zit een oudere Engelse dame en jong meisje. Van hen krijg ik de tip om met de bus te gaan en in Mahagama overstappen op de bus naar Negombo. De highwaybus vertrekt ieder kwartier. Ik ga mijn rugtas inpakken. Dat duurt dit keer langer. Ik voelde me hier kennelijk thuis. Dan pak ik veel uit. Nu hangen er veel kledingstukken over de vele leuke haakjes in mijn kamer. Ik kan lekker op mijn gemak doen de volgende ochtend. Ik ontbijt en klets nog met de oudere Engelse dame. Om half tien zit ik in de tuktuk. Bij het busstation word ik afgezet bij de luxebussen. Voor het eerst deze vakantie zie ik luxe toeringcarbussen. Mijn bus lijkt te vertrekken. Ik tik nog op het raampje van de optrekkende bus. Dan word ik op mijn schouder getikt. Er staat een rij. De bus zit kennelijk vol. Ik word gewenkt dat ik achter aan kan sluiten. Dat geeft de burger moed. Kennelijk geen geprop met mensen in deze bus. Tien minuten later, net wanneer ik het heel warm begin te krijgen, komt een nieuwe bus voorrijden. Mijn rugtas gaat in het ruim en ik neem plaats in een luxe bus met airco. De rit duurt zo een anderhalf uur. Ik kom aan in een drukke stad. Aan de jongeman die naast me zit, vraag ik waar ik op de bus naar Negombo kan stappen. Ik help je zegt hij in gebrekkige Engels. Ik krijg mijn tas. Of ik wil lopen of met de tuktuk. Het is warm en mijn rugtas lijkt zwaarder. Ik kies voor de tuktuk. Hij overlegt met de chauffeur. Voor 100,- roepie brengt hij je naar de bus. Fijne dag nog, roept hij terwijl in de mensenmassa verdwijnt. Nog geen vijf minuten later kom ik aan op rommelig plein. Vol met bussen en veel winkels en wat groentekramen. Hier stopt de bus naar Negombo. Ik vraagt het aan een man die bij een minibus staat. Over anderhalf uur vertrekt de bus. Ik heb wel trek. Er is een KFC in de buurt, zie ik op maps.me. Die is net even te ver om met bepakking naar toe te lopen. Ik loop nog even in de buurt rond. Vind een eethuisje. Eet een samosa en drink er een zoet chemisch en erg oranje drankje bij. De bus moet om half twee vertrekken. Voor de zekerheid loop ik tegen enen terug naar het busstation. Ik vraag het nog een keer. Om half twee vertrekt mijn bus. Ik loop weg. En hij roept mij terug. Ik kan een stuk mee met deze bus en dan overstappen. De aanblik van een kleine luxe bus laat mij snel beslissen. Ik stap in. Nog geen tien minuten later vertrekken wij. De rijden de drukke stad uit en al snel door dorpjes. Het is een mooie rit. Na ruim een uur rijden we een grotere plaats binnen. De bijrijder wenkt me. Ik moet er zo uit. Hij hangt uit het busje en roept iets naar een andere minibus. Ik stap uit de bus, krijg snel mijn rugtas. De bijrijder wijst naar een minibus; Negombo. Ik trek een sprintje, op mijn manier, en spring in de bus die staat te wachten. Na een uurtje kom ik aan in het drukke centrum van Negombo. Ik ga eerst op zoek naar sigaretten en daarna een tuktuk. Ik heb iets geboekt wat wel heel afgelegen blijkt te liggen. Het is er wel heerlijk rustig en ik heb een landelijk uitzicht en niet te vergeten een ruime mooie kamer.

In een dipje en uit en dipje

Vrijdagochtend ga ik vroeg Ella verlaten. Om 7 uur moet met ik de bus naar Mirissa. De oudste zoon brengt mij met de tuktuk naar het busstation, wat wij in Nederland als een halte zouden omschrijven. Op weg naar het busstation begint hij een serieus verhaal. Bij het station zal ik belaagd worden door taxichauffeurs die mij zullen proberen over te halen om van hun diensten gebruik te maken. Het zijn oplichters. Ik moet niet met hen meegaan, zegt hij op heel serieuze en vaderlijke toon. Het oplicht- gedeelte snap ik niet maar neem zijn advies serieus. We nemen afscheid. Het is een hartelijk gezin waar ik heb gelogeerd. De zoon volgt een horeca opleiding. Een aantal maanden geleden heeft een Nederlander met een grand café in Den Haag hun guesthouse bezocht. De Nederlander heeft hem een stageplaats in zijn grand café aangeboden. Over een paar maanden zal hij voor het eerst Sri Lanka verlaten om een half jaar in den Haag stage te gaan lopen. Hij kijkt er erg naar uit. Zodra hij wegrijdt, komt een man op mij af. Ondanks het vroege tijdstip stinkt hij naar de alcohol. Of ik wel weet dat de bus er minstens 7 uur over doet om op mijn plaats van bestemming aan te komen? Ik wimpel hem af. Later zal hij het nog een keer proberen. Ik moet nog zeker 20 minuten op de bus wachten. Ik steek een sigaretje op. Twee mannen die zeggen erg arm te zijn, komen een sigaret bietsen. Het is niet makkelijk om hier sigaretten te vinden, heb er nog maar een paar en voel niet de behoefte om die weg te geven. Terwijl ik al rokend het aanhoudende gebedel probeer te negeren, realiseer ik mij dat Sri Lanka een ik niet echt een klik hebben. Vanuit mijn ooghoeken zie ik een man op me af komen. Waar ga je naar toe? Ik roep meteen no taxi. Hij druipt af. Langzaam aan komen er meer toeristen naar de bushalte. De taxichauffeurs blijven hun best doen maar niemand lijkt te happen. Er komt een bus aan maar het is niet degene die ik moet hebben. Een vrouw die ook alleen reist, komt naast me staan. Waar ga jij naar toe vraagt ze. Aan haar accent te horen is ze Nederlands. Dat blijkt te kloppen. Ze moet dezelfde bus hebben. Na 10 minuten komt onze bus er aan. Die zit al stampvol. Met moeite komen we de bus in. Een aantal mannen hangt half uit de bus. De Nederlandse vrouw heet Janneke en reist sinds en week alleen door Sri Lanka. Ze blijft, na een weekje op de Malediven, twee weken in Sri Lanka. Zij heeft vaker alleen gereisd maar het valt haar dit keer zwaar. Voor mij is het alweer mijn 10e soloreis en ook mij valt het behoorlijk tegen. Ik begon aan mezelf te twijfelen en dacht dat ik mijn mojo was verloren. De woorden van Janneke zijn een feest der herkenning. Op straat zie je heel weinig vrouwen. Ook zij moet wennen aan al die mannen op straat die steeds maar weer een gesprek willen aanknopen. Ik weet dat ik tijdens eerdere reizen teveel voor taxi's, etc. heb betaald maar hier voelt het alsof ik vaak echt word afgezet. Janneke vertelt dat zij tijdens eerdere reizen makkelijk contact maakte met medereizigers en met sommige en aantal dagen kon optrekken. Net als ik. Zij heeft nog niemand ontmoet en vraagt zich af of een ander ‘soort’ toeristen Sri Lanka bezoekt. Dat is een vraag die ik mezelf de afgelopen tijd ook vaak heb gesteld. Op wat korte gesprekjes na, heb ik weinig contact met medereizigers. Ik ben ook erg blij dat ik haar heb ontmoet. Na een uur hebben we zelfs een zitplaats en komen we de reis gezellig kletsend door. Zij is net als ik maatschappelijk werker en de nieuwe generalistische manier van werken is een gespreksonderwerp. We verlaten de bergen. Het is weer heerlijk om veel blauwe luchten en de zee te zien en te ruiken. Janneke stapt eerder uit. We wisselen gegevens uit en spreken half af om elkaar nog te ontmoeten. Na vijf uur reizen, kom ik aan in Mirissa. Ik vind een tuktuk, klets 100 roepies van de prijs af en ga op weg naar mijn guesthouse. Bij aankomst krijg ik een hartelijk ontvangst. Dit guesthouse wordt gerund door een Srilankaans echtpaar dat gedeeltelijk in Italië, Venetië, woont. Hij spreekt slecht Engels met een dik Italiaans accent. Het zijn hele hartelijke mensen. Hoeveel Ik voor de tuktuk heb betaald, vraagt Indica, de man van het stel. Wanneer ik de prijs noem, wordt hij boos. Het is een rit van 150 roepie en niet de 400 roepies die ik heb betaald. Ik haal mijn schouders op. That is life in Sri Lanka. Ik installeer mezelf in mijn kamer en ga daarna op zoek naar het strand. Maak een stop voor de late lunch. Eet vegetarische noodles en maak een praatje met de eigenaar, een Srilankaan met dreadlocks. Zaterdag is een heerlijk luie dag. Ik lig onder een parasol op een bedje op het strand en kan weer meer genieten van Sri Lanka. Terug bij mijn guesthouse heb ik nieuwe buren. Een Canadees echtpaar, Martine en Paul, die met vervroegd pensioen zijn gegaan. Zíj ontlopen de strenge Canadese winter en reizen drie maanden door Azië en Europa. Ik heb laat geluncht en heb niet echt trek. Besluit het avondeten over te slaan. Martine en Paul eten in ons guesthouse een vragen of ik bij hen kom zitten. Indica is een kok en heeft gekookt. Ik proef wat van de heerlijke inktvis. Indica en zijn vrouw Aspera zijn leuke gastheer en vrouw. Zíj kletsen gezellig mee. Ze vertellen veel over de Srilankaanse cultuur. Ik sta versteld (maar laat dit niet blijken) hoe beperkt vrouwen hier in hun doen en laten zijn. Aspera vertelt hoeveel haar inwonende schoonvader bepaald. Zij moet erg op haar kleding letten. In huis kan zij een korte broek dragen maar daar mag ze absoluut niet mee naar buiten. Ook topjes met blote schouders worden niet gewaardeerd. In het dorp wordt ook veel geroddeld. Wanneer en kledingstuk te bloot is of andere roddelwaardige onderwerpen, wordt dit doorverteld aan haar schoonvader en man. Tegen negen uur ’s avonds gaan Martine en Paul nog wat drinken en vragen of ik mee ga. Het wordt je hier sterk afgeraden om als vrouw s avonds alleen over straat te gaan. Dus ben ik nog niet s avonds weggeweest. Het lijkt me wel gezellig. Zij hebben eerder een tentje ontdekt waar vanavond live muziek wordt gespeeld. Het is in een grote tuin met hippieachtige sfeer. Het is er erg gezellig en gemoedelijk. Op het terrein staan tentjes waar je low budget kunt overnachten. Er is een open podium en allerlei mensen betreden het toneel voor hun kunstje. Ik geniet van een Russisch meisje met een prachtige stem en een leuke uitstraling. Wanneer ik later op de avond aan haar vertel dat ik van haar optreden heb genoten, krijg ik een hartelijke knuffel. Een heel wild nachtleven heeft Mirissa niet. Tegen elf uur ’s avonds is het alweer afgelopen. Morgen is er weer een open podium. Vooral Paul is enthousiast. We komen morgen weer maar dan vroeger. Je kan hier ook eten, roept de vrolijke eigenaar. Tegen middernacht lig ik meer dan tevreden in mijn bed.

Zondag ga ik met Martine en Paul naar secret beach, een kleiner minder populair strand. Maar zeker niet meer secret. Het is een gezellige dag. We kunnen het goed met elkaar vinden. Kletsen en lachen veel. ’s Avonds gaan we terug naar de hippietent. Het wordt gerund door Libanezen en eten we ook heerlijk Libanees. We luisteren naar mooie muziek met een trommel, basgitaar en dwarsfluit worden afgewisseld Portugese fado en Argentijnse liederen. Helaas ook een vervelend Duits meisje op een gitaar wat maar niet ophoudt met zingen. De regen verlost ons van haar eindeloze gezang. Iedereen vlucht naar het overdekte gedeelte. We kletsen met een Spanjaard die in Singapore woont en een Indiase Duitser. Tegen het advies van Indica lopen we terug naar huis. Alle gevaarlijke straathonden liggen kennelijk op een oor en komen we veilig aan.


Nuwara Eliya en Ella

Zondag 10 februari gaat vroeg de wekker. Ik ga op weg naar Kandy. Voor deze reis, die zo'n 4 uur zal duren, heb ik een treinkaartje kunnen kopen. Dat wel zeggen dat ik verzekerd ben van een stoel. Deze treinreis is populair. Ik heb gelezen dat het één van de mooiste treinreizen is. De natuur moet erg mooi zijn. Ik ben benieuwd. Van mevrouw van mijn guesthouse krijg ik een ontbijtpakketje mee. Om kwart voor zeven komt de tuktuk mij halen. Bij het station staat al hele rij voornamelijk toeristen voor de kassa. Ik ben blij dat ik kan doorlopen. Ik vind mijn stoel. De eerste klas ziet er heel gewoontjes uit. De treinreis is inderdaad erg mooi. De bergen met theestruiken, het vele groen en prachtige dalen. Ik steek de benen. De trein wiebelt enorm. Ik heb bewondering voor degene die in de open deuropening staan. Met een oudere Engelse vrouw geniet ik achter de gesloten deur van het landschap. We kletsen wat. Vier uur later arriveer ik in Nuwara Eliya. Ik schrik van het grote aantal mensen dat op het perron staat te wachten en de trein in moet. Dat belooft wat voor het volgende deel van de treinreis waarvoor ik geen gereserveerde stoel heb kunnen regelen. Nuwara Eliya is een klein dorpje in de bergen, op zo'n 1800 meter hoogte. Het is hier wat kouder, rond de 20 graden. De zon schijnt en de lucht is hier heerlijk fris. Mijn guesthouse komt me ophalen en ik zie een man met een bordje met mijn naam er op. Een ritje van 20 minuten en ik kom aan bij mijn guesthouse. Het ligt buiten het centrum en is een woonhuis. Mijn kamer valt een beetje tegen. Kort na mij komen 3 Franse meisjes aan die ik bij het station heb gezien. Van Akram krijg informatie over de omgeving. Een klein uurtje later wandel ik naar het dorp. Het is een schattig plaatsje met duidelijke Britse invloeden. Ik bezoek de schoonste markt die ik ooit in Azië heb gezien. Wandel door naar het Grand hotel, een chique hotel wat eerder aan Frans vakwerk dan Britse bouwstijl doet denken. Ondanks dat ik in een spijkerbroek en op gympen loop, besluit ik mezelf op een high tea te trakteren. Ik krijg in mijn eentje een heel zielig achteraf tafeltje. Dat mag de pret niet drukken. Helemaal wanneer de etagère met heerlijke hapjes wordt gebracht. De thee smaakt heel heerlijk net als de lekkernijen. Relaxed schrijf ik mijn vorige verhaal. Ik wandel terug naar mijn guesthouse, koop wat samosas en andere snacks omdat ik weet dat ik vanavond niet nog een keer de berg zal afdalen. Het matras is dun en doorgelegen. Voor mijn gevoel heb ik de hele avond op een plank geslapen. Maandag is het koud en grijs vandaag. Akram vraagt naar mijn plannen. Ik wil een theefabriek en een waterval bezoeken. Ik zou eigenlijk 3 nachten hier blijven maar besluit morgen te vertrekken. Het is te koud. Ik wilde een wandeling door een Hortan Plain, een bijzonder bos, maken. De toegangsprijs is € 30 en je moet om 5 uur in de ochtend vertrekken omdat de kans op hele dichte mist vanaf 10 uur s morgens groot is. Ik sla dit over. Met Akram stap ik in de tuktuk. De eerste stop is de theefabriek en ik krijg een korte rondleiding en uitleg over het proces van thee maken. Koop naar het schijnt bijzondere thee. Van Akram krijg ik later te horen dat de gids beledigd was omdat ik hem geen geld/fooi heb gegeven. Akram is nog meer beledigd. Hij krijgt toch salaris. Akram is weinig positief over zijn landgenoten. Dit land zal altijd arm blijven omdat mensen niet vooruitstrevend zijn, hoor ik hem vaak tijdens de rit zeggen. Hij vertelt dat hij ook uit een arm gezin komt. Mijn ouders hebben echt hun best gedaan om ons naar school te sturen. Door een opleiding kun je de cirkel doorbreken. Hij is eigenlijk grafisch ontwerper maar kon niet omgaan met de stress van een kantoorbaan. Hij woonde in Colombo. Het wonen in de grote stad beviel hem ook niet. Op een dag heeft hij hotels in Nuwara Eliya gegoogeld en is gaan bellen. Bij één van de hotels kon hij komen werken. Ik sprak geen Engels en had maar 1000,- roepies ( omgerekend €5,-) toen ik hier vier jaar geleden aan kwam. Nu ben ik 25 en heb ik mijn eigen tuktuk en een baan. Over 3 jaar wil ik mijn eigen bedrijf hebben. Het liefste ga ik auto’s verkopen. Ik ben onder de indruk van zijn doorzettingsvermogen. We rijden door naar een waterval. Het is nu het droge seizoen dus die valt een beetje tegen. Het is een mooie rit. De omgeving is prachtig. Behalve thee wordt hier veel groente verbouwd. Ik bezoek een aarbeienkwekerij en eet daar aardbeien met chocolade. Dan rijden we terug naar Nuwara Eliya. Het is tijd voor de lunch. Akram rijdt me naar een lokaal restaurant waar ik heerlijk vegetarisch eet. Ondertussen is het gaan regenen. We rijden naar een meer. In dit weer ziet het er treurig uit. De bootjes in de vorm van zwanen liggen er verlaten bij. Na een rustpauze ga ik heerlijk Indiaas eten. Ik lig lekker vroeg mijn bed in.

Dinsdagochtend verlaat ik rond 11 uur Nuwara Eliya. Akram rijdt mij naar het treinstation en daar neem ik afscheid van hem. Ik waag nog een poging om een treinkaartje met een gereserveerde stoel te kopen maar echt alles is uitverkocht. Dan een tweede klas kaartje. De trein vertrekt om half één. Langzaam stroomt het perron vol met toeristen. Rond één uur komt de trein het station binnen rijden. De tweede klas zot al stampvol. Iedereen begint te rennen en opeens lijkt het wel oorlog. Ik word geduwd en duw uit eigen belang ook mensen weg. Paniek! Ik moet in de trein belanden. Hoe dan ook. Het lukt me de trein in te komen. Een Engelse vrouw die ik eerder op het perron zag staan, is even bang dat ze haar vriend kwijt is. Nu ik in de trein ben, kan ik de humor van de situatie wel inzien. Mensen zijn over hun toeren. Een Indiase man begint te klagen over mijn rugzak op mijn rug terwijl ik nog geen minuut in de trein sta. Chinese vrouwen manen ons om door te lopen de coupés in. Wat overduidelijk niet gaat lukken omdat die stampvol is. Iemand roept dat het rustiger is in de 3e klas en de massa beweegt zich die kant op. De Engelse pakt mijn hand vast. We kunnen beter hier blijven staan, zegt ze. We vinden een hoekje voor onze bagage. Van de mooie treinreis krijg ik dit keer weinig mee. Zo'n 4 uur later kom ik aan in Ella. Tuktuks zijn hier schaars en ik moet even wachten. Voor 500 roepies brengt de tuktuk mij naar mijn guesthouse met de naam Nice view homestay. Ik krijg een vriendelijk ontvangst en een kopje thee met koekjes waar ik erg aan toe ben. Van het balkon heb ik inderdaad een prachtig uitzicht op de bergen. Mevrouw van guesthouse geeft vanavond een kookles en ik kan mee eten. Tijdens het avondeten ontmoet ik een Nederlands stel. Zij zijn 4 dagen in Sri Lanka een hebben veel pech gehad; zwarte jetlag, regen en een teleurstellend bezoek aan een olifantenpark. Morgen gaan ze naar de kust om te surfen.

Woensdag ben ik vroeg wakker geniet van het ontbijt en ben heel traag. Pas tegen twaalf uur loop ik naar het dorp beneden de berg voor mijn wandeling naar Little Adams prak. Ik maak een stop bij een leuk uitziend café restaurant met heerlijke zitzakken. Tot mijn grote schrik zit ik er twee uur later nog. Ik besluit mijn wandeling te schrappen en eet, na een kipburger, nog een cheesecake met aardbeien en blijf lekker in mijn zitzak zitten. ’s Avonds daal ik nog een keer de berg af voor een lekkere vegetarische maaltijd. Ik kan gelukkig nog een avondje bij boeken in mijn guesthouse.

Donderdag ben ik energiek. Om tien uur ’s morgens vertrek ik met kleine rugtas op voor de wandeling. De tocht naar het dorp duurt zeker een half uur en het begint een beetje te spetteren. Ik maak een stop voor een kopje koffie en na een half uurtje houdt het op met regenen. Het is lekker wandelweer. Zo'n 23 graden, bewolkt en af en toe zon. Voor de route hoef ik niet veel moeite te doen. Meerdere toeristen doen deze wandeling. De klim is makkelijk en het uitzicht fantastisch. Sta en tijd te kijken hoe mensen op de zipline de berg af roetsjen. Niets voor mij met m’n hoogtevrees. Ik wandel weer richting het dorp voor een lunch in het zitzakken-café/restaurant. Tegen drie uur begin ik aan mijn wandeling naar een bijzondere brug met 9 bogen waar de trein over heen rijdt. Ik moet een smal bospad in slaan. Daar staat een man te wachten. Hij is een gids vertelt hij. De route is ingewikkeld en hij wil met mij mee lopen. Ik bedank vriendelijk. De Nederlanders hadden mij al gewaarschuwd voor dergelijke gidsen. Verder op het pad staat er nog één. Deze geeft niet makkelijk op. Hij loopt mee. Ik mag zelf bepalen hoeveel ik hem betaal, blijft hij aandringen. Ik zie dat de eerste gids van een afstand ook achter mij aanloopt. In tegenstelling tot de route naar little Adams peak is er geen toerist te zien. Ik ben niet snel bang maar alle alarmbellen in mijn lijf gaan af. Ik besluit om te keren en terug naar het dorp te lopen. Wanneer ik terug loop, begint het hard te regenen. Mijn Primark regenjas is niet bestand tegen deze buiten. Ik neem mezelf voor om voor de volgende reis en betere regenjas te kopen. Ik ga schuilen onder een afdak waar drie vrouwen staan. We raken aan de praat. Ze komen uit Finland en hebben 10 daagse workshop yoga gedaan. Ze waren met 12 vrouwen en drie van hen reizen nog en weekje door Sri Lanka. Ze willen naar little Adams prak maar de regen gooit roet in het eten. Het gaat harder regenen. Ik besluit terug te keren naar mijn guesthouse. Het is alweer over vieren en ik ben behoorlijk nat geregend. Ik neem afscheid van de vrouwen en hou een tuktuk aan. Van mevrouw van mijn guesthouse heb ik instructies gekregen om max 300 roepies voor de tuktuk te betalen. Deze vraagt 500 roepies dus loop ik door. Oké 300 roept hij mij na. Ik stap in. Eenmaal bij mijn guesthouse kan ik hem gelukkig gepast betalen. 350 roept hij. Sorry you sad 300, zeg ik op mijn beurt. Hij draait zich dreigend om en schreeuwt 350! Ik schrik van zijn agressie. Nee roep ik terug, spring de tuktuk uit en ren de trap op naar mijn guesthouse. Wat een vervelend einde van een fijne dag.


Kandy en dolende tuktuks


Donderdagochtend word ik om 10 uur opgehaald door de tuktuk. Ik ga naar Kandy, een redelijk grote stad tussen de bergen. Het is mijn laatste stop van de culturele driehoek. Voor nog net geen € 2,50 koop ik een kaartje voor de bus. Mijn rugtas is te groot voor het bagagerek. Dus die neemt plaats naast mij. Het is rustig in de bus. Nog geen 10 minuten later vertrekken we. De reis gaat zo’n vier uur duren. We passeren weinig aanlokkelijke dorpjes en ik dut weg. Naar mate we dichterbij Kandy komen, zie ik dat de samenstelling van de bevolking verandert. Voor het eerst zie ik vrouwen in sari's. De scholen gaan uit. De kinderen dragen hier witte schooluniformen. De meeste schoolkinderen, die nog op aparte jongens en meisjes scholen zitten, zijn hier moslims. De meisjes dragen een hoofddoek die tot ver over hun schouders reikt. Op straat ook veel gesluierde vrouwen. Waarvan een aantal geheel in boerka’s. De bus wordt voller. Ondanks dat er geen zitplaatsen meer zijn, hebben mijn rugzak en ik het goed. Op maps.me zie ik dat ik dichtbij Kandy ben. Er wordt niets omgeroepen maar volgens mij ben ik redelijk dichtbij bij het busstation. Ik heb gelezen dat je Kandy het beste te voet kan bezichtigen. Het verkeer is moordend en staat constant vast. Het verkeer in Sri Lanka is sowieso beangstigend. Eerder is mij al opgevallen dat men van een tweebaansweg met gemak een vierbaansweg maakt. Tijdens mijn rit met Jagga hield ik geregeld mijn hart vast omdat een groter voertuig tijdens een inhaalactie op ons af kwam rijden. In de verte zie ik een wolk aan uitlaatgassen en een gekrioel van bussen en tuktuk’s. Dit moet het busstation zijn. Het stikt er van de mensen. In deze hectiek stap ik uit en moet even schakelen. Ik loop op een tuktuk af. Ik noem de naam van mijn guesthouse maar deze meneer spreekt geen woord Engels. Ik laat het adres zien en realiseer mij dat hij ons schrift niet kan lezen. Een collega komt helpen en probeert mij meteen allerlei uitjes te verkopen. Nee helaas moe lach ik vrolijk. Eerst lekker naar mijn guesthouse. We gaan op pad en al heel snel wordt duidelijk dat hij geen idee heeft waar hij moet zijn. Op maps.me zie ik dat we in de buurt zijn. Hij vraagt constant de weg en bij bijna ieder huis stopt hij een zegt here. Ik ben nog geen 100 meter van mijn guesthouse en besluit afscheid van hem te nemen. Een jong meisje komt mij helpen. Zij spreekt Engels en loopt heel lief met mij mee. Voor de laatste meters moet ik, met rugzak, een steile helling trotseren en dan ben ik er. Bij mijn guesthouse krijg ik een standje. Ik had doorgegeven dat ik rond 2 uur zou arriveren. Het is nu half vier. Mijn schoenen moeten uit. Vanaf de veranda van de gemeenschappelijke ruimte heb ik een fantastisch uitzicht op de bergen. Meneer van het guesthouse wordt vriendelijker. Wat mijn plannen zijn? Eten! Ik heb wel trek. Zij hebben geen avondeten en in Kandy zijn er voldoende restaurants. Ik heb er één op het oog maar die is no good volgens meneer. Hij kan een tuktuk voor me regelen die mij naar en ander restaurant brengt. Als ik op schiet kan ik aansluitend naar een traditionele dansvoorstelling. De tuktuk zal op mij wachten. We rijden naar een troosteloos restaurant. Vlees eten lijkt mij hier geen goed plan. Mijn vegetarische noodles staan binnen 10 minuten op tafel. Een kwartier later zit ik weer in de tuktuk en ben ik op tijd bij het theater. Busladingen vol toeristen worden afgeleverd. De voorstelling begint en ik ben blij dat die niet zo lang duurt ;). Maak nog een wandeling rond het meer een wandel door naar een door de Loney Planet aanbevolen restaurant. Eet daar een heerlijke wrap met kip met mango en frietjes! Tijd om naar huis te gaan. Dat blijkt makkelijk gezegd dan gedaan. Ik was zo slim om aan mijn guesthouse het adres in het Sri Lankaans te schrijven. Ook deze tuktuk chauffeur kan de weg niet vinden en moet onderweg bellen naar mijn guesthouse voor instructies. Meneer van het guesthouse staat vaderlijk voor de deur op me te wachten wanneer wij de straat in rijden.

Woensdag breng ik het grootse gedeelte in de botanische tuin door. Het is een gigantisch terrein van 60 ha. Één van de belangrijkste botanische tuinen ter wereld, naar het schijnt. Hoewel de meeste bloemen zijn uitgebloeid, heb ik de tijd van mijn leven. Geniet van metershoge bamboe, varens, orchideeën en veel meer moois. Verbaas me hoeveel bloemen er ook bij ons voorkomen, zit geregeld op en bankje heerlijk te dromen. Met de bus hobbel ik terug naar Kandy. Eet karbool, een dunne roti gevuld met groente en kikkererwten. Donderdag is een cultureel dagje. Na het heerlijke ontbijt bezoek ik het nationaal museum. Het is een klein en mooi museum. Vooral van de sieraden kan ik genieten. Tussen de oude munten liggen Srilankaans/Nederlandse stuivers. Ik relax in een restaurantje en ga dan door naar de tempel met de tand van boeddha. Voor mannen en vrouwen zijn er aparte ingangen. Deze tempel is ooit gebombardeerd door de Tamiltijgers en de controle op tassen, etc. is nog steeds streng. Wanneer ik over het terrein loop, spreekt een Srilankaanse man mij aan. Where are you from? Een vraag die mij heel vaak wordt gesteld. Nederland. Tot mijn grote verbazing antwoordt hij in het Nederlands. Ik heb in Nederland gewoond. In Amsterdam. Grappig. We kletsen een tijdje. Zal ik met je meelopen naar de tempel? Ik bedank vriendelijk. Mijn ervaring is dat Srilankanen erg op geld zijn belust. Hij lijkt mijn gedachte te kunnen lezen. Ik wil geen geld. Toch heb ik er geen zin in. Ben je bang voor me, dringt hij aan. Ik leg nog vriendelijk uit dat ik liever alleen ga. Ik kan je veel uitleggen en dan kunnen we daarna iets drinken. Aan de lucht die om hem heen hangt, vermoed ik dat hij al genoeg heeft gedronken. Ik zwaai naar hem een loop verder. Ook hier is het druk. Voor de lokale bevolking is het een belangrijke heilige plek. Het is een mooie rijk versierde tempel. In de tempel krijg ik een visitekaartje van een man. De tand van boeddha is niet te zien. Die ik veilig opgeborgen achter een deurtje, verpakt in een gouden belvormige omhulsel, zie ik op een foto. Wanneer ik naar buiten loop, spreekt de man van wie ik eerder het visitekaartje heb ontvangen mij aan. Ben je al bij het museum geweest? Daar was ik naar op zoek. Hij wijst mij de weg. Om half zeven is er een speciale ceremonie. Dat moet je zeker zien. Ik wacht hier op je en dan kan ik je van alles uitleggen. Ik ben een reisgids. Ik heb goede recensies op Tripadvisor. Ik kan je veel van het land laten zien. Lees de recensies maar! Dat is voor jou als alleen reizende vrouw belangrijk. Safety is important. Voor de uitleg in de tempel hoef ik geen geld en kom hier om te bidden, ratelt hij door. Ik lach lief en heb al bedacht dat ik ook in hem geen zin heb. Ik bezoek het boeddha museum. Het is een grote tentoonstelling die een mooi overzicht geeft van boeddhisme in verschillende landen. Ik haal herinneringen op terwijl ik door landen als Vietnam, Myanmar, Thailand etc. loop. Ik sta verteld hoeveel sieraden en andere dure gebruiksvoorwerpen geofferd zijn aan de tand van boeddha. Het is alweer kwart over zes wanneer ik het museum uit wandel. Het is gaan regenen, heel hard. Ik loop nog de tempel in omdat ik allerlei tromgeroffel hoor. Ik sta een tijdje te kijken en word op mijn rug getikt. Het is de gids die ik probeerde te ontlopen. Het tromgeroffel houdt op en de mannen verdwijnen achter een deur. Ik ben wel nieuwsgierig wat er gaat gebeuren en loop mee met de gids. De ceremonie begint over een kwartier. Er staat een lange rij met voornamelijk de lokale bevolking. De toeristen lopen door naar boven. Wij wachten hier zegt de gids met een mandje bloemen in zijn hand. Waarom wordt mij niet duidelijk. Vergeet niet naar mijn website te kijken en dan kun je mij vanavond whatsappen, blijft hij geregeld herhalen. Het liefste loop ik weg maar mijn nieuwsgierigheid naar de ceremonie wint. Langzaam begint de rij te bewegen. Van een Srilankaanse vrouw die voor mij staat, krijg ik wat bloemen. Je kan ook geld offeren en je mag geen foto’s maken, legt de gids uit. Dan wordt het mij duidelijk. We gaan langs boeddha’s tand lopen. Het is een serieuze toestand. Ik vis 20 roepie uit mijn portemonnee. Loop langs een raampje en zie in de verte het belvormig ding waarin de tand zou zitten. Weet niet waar ik de bloemen moet laten en leg ze later op een altaar. Het regent nog steeds erg hard. De gids vertelt dat hij dichtbij woont en iedere dag naar de tempel komt. Zijn auto staat thuis anders had hij me weg gebracht. We kunnen beneden in de boekenwinkel wachten tot het ophoudt met regenen. Heb je een tuktuk nodig? Nee ik ga nog even wat eten, antwoord ik. Oh we kunnen samen eten. Een duidelijk geïrriteerde nee is mijn antwoord. Ik loop mee naar de boekwinkel. Whatsapp je mij nog vanavond? vraagt de gids. Ik ben er klaar mee of liever gezegd met hem. Ik loop de boekwinkel uit. De gids komt me achterna. Mijn boodschap is duidelijk. Hij geeft mij vriendelijk een hand. Nice to have met you! Ik trotseer de regen om er zeker van te zijn dat ik hem kwijt ben. Vind een KFC en eet frietjes! De rit naar mijn guesthouse verloopt volgens het bekende patroon. De tuktukchauffeur kan het niet vinden. Op maps.me zie ik dat deze een heel eind uit de buurt is. Er wordt weer gebeld met mijn guesthouse. Wanneer ik aankom, staat papa guesthouse weer buiten op me te wachten. De chauffeur doet zijn beklag, het adres op het papiertje zou niet goed zijn. Pappa guesthouse kijkt me lachend aan. Bad tuktukdriver, he should know.